Brief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie) 14 november 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen, Amsterdam) Den Heer Administrateur van het Gemeentelijk Assurantiefonds, Raadhuis, Amsterdam (Alhier) [Linksboven, gestempeld/getypt:]
37/164/2 M.
n 3
[Linksboven, handgeschreven in cirkel:]
561
[Bovenaan midden, handgeschreven:]
Extra
Hoofd Ass. Zaken
[Rechtsboven, getypt:]
VP/G.
14 November 1940.
den Heer Administrateur van het
Gemeentelyk Assurantiefonds,
Raadhuis,
A l h i e r.
In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 4 dezer door de contrôleurs Boon en Helsloot van myn dienst opgemaakt rapport, alsmede van een rapport van den bedryfschef der Centrale Markt, den heer J. Broerse, d.d. 12 dezer en van een door Keizer's Fruithandel N.V. ingediende nota ten bedrage van ƒ 33,50, voor welk bedrag deze N.V. schadevergoeding van myn dienst verzoekt.
Het betreft hier een aanryding tusschen een spoorwagon, die op verzoek van ambtenaren van myn dienst door een chauffeur van een expeditie-onderneming (Heeremans) met diens auto-tractor werd weggeduwd en een [doorgehaald woord] handkar der voornoemde N.V. Het opgegeven bedrag aan schade is niet onredelyk. Echter betwyfel ik, of in dit geval wel schadevergoeding kan worden verleend, omdat de handkar zoo zwaar beladen was, dat op eerste sommatie niet kon worden gestopt. Het zware beladen van handkarren komt tegenwoordig veelvuldig voor, omdat door benzine-schaarschte geen vrachtauto's beschikbaar zyn.
Ik verzoek U beleefd de behandeling van deze aangelegenheid te willen overnemen.
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven aantekeningen:]
8/2 '41 getel. met Ass. Zaken toestel 561
Keizer moet zich persoonlijk tot Hoofd Ass. Z. wenden.
Dit Keizer op 10/2 '41 meegedeeld [onleesbare initialen, mogelijk H.v.D.] Deze brief betreft een schadeclaim van Keizer's Fruithandel N.V. naar aanleiding van een incident op de Centrale Markt in Amsterdam op 4 november 1940. Bij het verplaatsen van een spoorwagon door een ingehuurde tractor (onderneming Heeremans) is een handkar van de fruithandel geraakt. De claim bedraagt 33,50 gulden.
De directeur van de dienst stelt de feiten vast, maar zet vraagtekens bij de aansprakelijkheid. Hoewel hij het schadebedrag redelijk vindt, voert hij aan dat de handkar overbeladen was, waardoor deze niet tijdig kon stoppen. De handgeschreven notities onderaan de brief tonen de afhandeling van de zaak in februari 1941: er is telefonisch overleg geweest met de afdeling Assurantiezaken, waarna de eiser (Keizer) is doorverwezen naar het hoofd van die afdeling. Het document is geschreven tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Een cruciaal detail in de tekst is de vermelding van de "benzine-schaarschte". De directeur merkt op dat handkarren tegenwoordig vaker te zwaar beladen zijn omdat er geen vrachtauto's meer beschikbaar zijn door het gebrek aan brandstof.
Dit is een directe aanwijzing voor de economische ontwrichting door de bezetter: brandstof werd vrijwel direct na de inval gevorderd voor de Wehrmacht of was simpelweg niet meer verkrijgbaar voor civiel gebruik. Dit dwong bedrijven terug naar handmatige of door paarden getrokken logistiek, wat leidde tot nieuwe veiligheidsrisico's en logistieke uitdagingen op knooppunten zoals de Amsterdamse Centrale Markt. De ambtelijke molen voor schadeafhandeling bleef echter, zoals uit dit document blijkt, voorlopig op de gebruikelijke wijze doordraaien. J. Broerse N.V. Het Marktwezen Wehrmacht