Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Vrijdag, 30 december 1938. [Stempel:] № 10 / 6 / 1 M. 1939
[Stempel:] № 78
No. 262/61 Fin. 1936.
[Stempel:] L.M. 1939
Mededeeling vaststelling Gemeenterekeningen over 1934 en 1935.
[Handschrift rechtsboven:] Markt... [onleesbaar]
[Linkermarge, handschrift:]
Gezien
[Paraaf]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 30 December 1938.
De Wethouder voor de Financiën deelt aan de Vergadering mede, dat de gemeenterekeningen alsmede de rekeningen van de diverse gemeentelijke takken van dienst over de jaren 1934 en 1935 door Gedeputeerde Staten van Noordholland zijn vastgesteld bij hun besluiten van 14 December 1938, No. 260, en dat de bedragen opgenomen in de rekeningen zooals die aan den Raad zijn aangeboden geen veranderingen hebben ondergaan.
Op voorstel van den Wethouder wordt besloten hiervan mededeeling te doen aan den Gemeenteraad, den Gemeenteontvanger, den Oud-Gemeenteontvanger, den Heer L.A. Blindenbach, en aan de Hoofden van en ambtenaren bij diensten en bedrijven belast met geldelijk beheer.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (4 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan den Gemeenteontvanger, het Bureau Gemeentesecretaris en het Pensioenbureau, alsmede aan den Oud-Gemeenteontvanger, den Heer L.A. Blindenbach.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Rechtsonder, klein getypt:] ho Dit document is een administratief bewijsstuk van de formele goedkeuring van de Amsterdamse stadsfinanciën door het provinciaal toezicht (Gedeputeerde Staten). Het bevestigt dat de rekeningen over 1934 en 1935 zonder wijzigingen zijn geaccordeerd ten opzichte van wat eerder aan de Gemeenteraad was gepresenteerd.
Opvallend is de administratieve traagheid: de rekeningen van 1934 en 1935 worden pas eind 1938 definitief vastgesteld. De expliciete vermelding van de heer L.A. Blindenbach als "Oud-Gemeenteontvanger" wijst op het belang van zijn persoonlijke decharge of betrokkenheid bij deze specifieke boekjaren. De distributielijst onderaan het document toont de uitgebreide bureaucratische procedure voor het archiveren en verspreiden van dergelijke besluiten binnen de gemeentelijke organisatie. In de jaren '30 stond Nederland in de schaduw van de Grote Depressie. Voor een gemeente als Amsterdam betekende dit een strikt financieel beleid en nauwgezet toezicht door de provincie Noord-Holland. De procedure waarbij Gedeputeerde Staten de rekeningen van gemeenten moeten goedkeuren is een wettelijke controletaak die de financiële gezondheid en rechtmatigheid van lokaal bestuur moet waarborgen.
De heer Lodewijk Adriaan Blindenbach (genoemd in de tekst) was een prominente figuur binnen de Amsterdamse financiële administratie; hij diende jarenlang als gemeenteontvanger en was verantwoordelijk voor de inning van belastingen en het beheer van de stadskas. De datum van dit besluit, vlak voor de jaarwisseling van 1938 op 1939, markeert het afsluiten van een administratieve periode vlak voordat de oorlogsdreiging de prioriteiten van het stadsbestuur drastisch zou veranderen.