Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 26
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt afschrift van een ambtelijke brief.

11 juni 1940. Van: Gemeente Amsterdam, Het Hoofd der Hulpsecretarie ten Noorden het IJ. Aan: Onbekend (waarschijnlijk de Generale Commissie Zuiderzeesteunwet of de Burgemeester).

Origineel

Getypt afschrift van een ambtelijke brief. 11 juni 1940. Gemeente Amsterdam, Het Hoofd der Hulpsecretarie ten Noorden het IJ. Onbekend (waarschijnlijk de Generale Commissie Zuiderzeesteunwet of de Burgemeester). No.46A/25/1 M.1940 22/6 AFSCHRIFT.
============================== =======
No.583 L.M.1940 No.84/71a A.Z.1940.

GEMEENTE AMSTERDAM,

Amsterdam, 11 Juni 1940.

Afd.H.S.Y.
No.34/1
Bijlagen: 1.

In antwoord op het hierbij teruggaand schrijven van den Secretaris der Generale Commissie Zuiderzeesteunwet betreffende de benoeming of herbenoeming van leden der Plaatselijke Commissie, heb ik de eer U het volgende mede te deelen.

Bij schrijven van 23 Februari 1932 No.18 werd in antwoord op een schrijven van de Generale Commissie Zuiderzeesteunwet d.d. 4 - 2 - 1932 dezerzijds bericht, dat alleen de vereeniging "De Eendracht" te Durgerdam in aanmerking kwam, om door den Minister van Waterstaat te worden aangewezen tot het uitbrengen van advies omtrent de benoeming van leden der Plaatselijke Commissie. Daarin werd tevens medegedeeld, dat de Amsterdamsche vereenigingen, waarvan vischventers en dergelijke personen werkzaam in het vischbedrijf, leden zijn, niet in aanmerking dienden te komen, omdat slechts een minimaal gedeelte van die personen slachtoffer van het gebrek aan Zuiderzeevisch was en deelneming aan een Plaatselijke Commissie verkeerde verwachtingen zou kunnen opwekken.

Later zijn verschillende vischventers door den Rijksdienst als belanghebbenden erkend.

Het wordt nu billijk geacht, dat de vereeniging "Nederlandsche Bond van Kleinhandelaren in het Visch- en Haringbedrijf", Secretaris L.Presser, Retiefstraat 82, Amsterdam-O., waarvan het meeren-deel dezer venters lid is, mede advies gevraagd wordt.

Tegen herbenoeming en aanwijzing tot Voorzitter resp. Secretaris van degenen, die thans deze functie bekleeden, bestaat geen bezwaar.

Het Hoofd der Hulpsecretarie ten Noorden het IJ.
w.g. onleesbaar. Dit document is een ambtelijke correspondentie over de uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. De kern van de brief is een beleidswijziging met betrekking tot wie mag adviseren over de samenstelling van de 'Plaatselijke Commissie'.

In 1932 werd nog gesteld dat Amsterdamse visverkopers (vischventers) nauwelijks schade ondervonden van het afsluiten van de Zuiderzee, waardoor hun verenigingen geen adviesrol kregen. Alleen de vereniging "De Eendracht" uit het vissersdorp Durgerdam (toen al onderdeel van de gemeente Amsterdam) werd als relevante gesprekspartner gezien.

De brief stelt vast dat dit standpunt achterhaald is, omdat de Rijksdienst inmiddels diverse visventers officieel als 'belanghebbenden' (schadelijders) heeft erkend. Daarom wordt geadviseerd om voortaan ook de "Nederlandsche Bond van Kleinhandelaren in het Visch- en Haringbedrijf" te betrekken bij de voordracht van commissieleden. De brief noemt specifiek de secretaris van deze bond: L. Presser. 1. De Zuiderzeesteunwet (1925): Deze wet was bedoeld om vissers en aanverwante beroepsgroepen financieel te compenseren voor de inkomstenderving die het gevolg was van de aanleg van de Afsluitdijk (voltooid in 1932) en de daaropvolgende inpoldering.
2. Tijdsbeeld: De datum 11 juni 1940 is saillant. Nederland was op dat moment net een maand bezet door nazi-Duitsland. De ambtelijke molens draaiden echter door, en dit document toont aan dat de dagelijkse administratie en de afhandeling van vooroorlogse wetgeving in de eerste maanden van de bezetting gewoon doorgingen.
3. Leman Presser: De genoemde secretaris L. Presser is Leman Presser (1896-1943). Hij woonde inderdaad in de Retiefstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Gezien de Joodse achtergrond van de heer Presser krijgt dit document een tragische lading: terwijl de gemeente in juni 1940 nog over zijn adviesrol in een visserijcommissie spreekt, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter hem en zijn organisatie spoedig buitenspel zetten. Leman Presser werd in 1943 in Sobibor vermoord.
4. Geografie: De brief komt van de "Hulpsecretarie ten Noorden het IJ". Dit kantoor hield zich bezig met de landelijke gebieden van Amsterdam-Noord, waartoe Durgerdam behoorde, de plek waar de Zuiderzeevisserij een cruciale rol speelde.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie over de uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. De kern van de brief is een beleidswijziging met betrekking tot wie mag adviseren over de samenstelling van de 'Plaatselijke Commissie'.

In 1932 werd nog gesteld dat Amsterdamse visverkopers (vischventers) nauwelijks schade ondervonden van het afsluiten van de Zuiderzee, waardoor hun verenigingen geen adviesrol kregen. Alleen de vereniging "De Eendracht" uit het vissersdorp Durgerdam (toen al onderdeel van de gemeente Amsterdam) werd als relevante gesprekspartner gezien.

De brief stelt vast dat dit standpunt achterhaald is, omdat de Rijksdienst inmiddels diverse visventers officieel als 'belanghebbenden' (schadelijders) heeft erkend. Daarom wordt geadviseerd om voortaan ook de "Nederlandsche Bond van Kleinhandelaren in het Visch- en Haringbedrijf" te betrekken bij de voordracht van commissieleden. De brief noemt specifiek de secretaris van deze bond: L. Presser.

Historische Context

  1. De Zuiderzeesteunwet (1925): Deze wet was bedoeld om vissers en aanverwante beroepsgroepen financieel te compenseren voor de inkomstenderving die het gevolg was van de aanleg van de Afsluitdijk (voltooid in 1932) en de daaropvolgende inpoldering.
  2. Tijdsbeeld: De datum 11 juni 1940 is saillant. Nederland was op dat moment net een maand bezet door nazi-Duitsland. De ambtelijke molens draaiden echter door, en dit document toont aan dat de dagelijkse administratie en de afhandeling van vooroorlogse wetgeving in de eerste maanden van de bezetting gewoon doorgingen.
  3. Leman Presser: De genoemde secretaris L. Presser is Leman Presser (1896-1943). Hij woonde inderdaad in de Retiefstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Gezien de Joodse achtergrond van de heer Presser krijgt dit document een tragische lading: terwijl de gemeente in juni 1940 nog over zijn adviesrol in een visserijcommissie spreekt, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter hem en zijn organisatie spoedig buitenspel zetten. Leman Presser werd in 1943 in Sobibor vermoord.
  4. Geografie: De brief komt van de "Hulpsecretarie ten Noorden het IJ". Dit kantoor hield zich bezig met de landelijke gebieden van Amsterdam-Noord, waartoe Durgerdam behoorde, de plek waar de Zuiderzeevisserij een cruciale rol speelde.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2