Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 3 juni 1940. De Secretaris der Generale Commissie Zuiderzeesteunwet. Den Heer Burgemeester van Amsterdam. No.84/71 A.Z.1940 AFSCHRIFT.
Generale Commissie
Zuiderzeesteunwet.
Amsterdam, 3 Juni 1940.
Betreft: organisaties,
als bedoeld in art.15
Commissiebesluit.
Nummer: 713
Den Heer Burgemeester
van
Amsterdam.
Op 8 Augustus a.s. treden de zitting hebbende leden van de Plaatselijke Commissie Zuiderzeesteunwet periodiek af. Voor herbenoeming of benoeming van 3 der 5 leden moet het advies worden ingewonnen van de plaatselijke organisaties, als bedoeld in art.15 van het K.B.van 18 Dec. 1925, Stbl.no.475. Deze organisaties werden indertijd door den Minister van Waterstaat, gehoord de Generale Commissie (die op haar beurt weer Uw advies had ingewonnen), aangewezen. Voor de Plaatselijke Commissie in Uwe gemeente waren aangewezen:
Visschersver."De Eendracht", Secr. J.Ritman, Durgerdammerdijk b 86 en Ver.van Belanghebbenden der Nevenbedrijven der Visscherij (afd. Amsterdam), Secr.Keizersgracht 339.
Onlangs nu heeft de Generale Commissie een enquête gehouden onder deze organisaties langs het IJsselmeer, waarbij o.a. is gebleken, dat de Ver.van Belanghebbenden der Nevenbedrijven der Visscherij en vele van hare afdeelingen is opgeheven.
Ik heb de eer U te verzoeken mij te willen mededeelen, welke organisatie in hare plaats voor aanwijzing in aanmerking zou kunnen worden gebracht. Ik merk hierbij op, dat vele vischventers in Amsterdam als belanghebbenden zijn erkend, zoodat het wellicht gewenscht is, wanneer eene organisatie zou worden aangewezen, waarin deze categorie is vertegenwoordigd.
Voorts zou ik thans reeds gaarne Uw advies willen inwinnen, omtrent de herbenoeming van de thans zitting hebbende leden der Plaatselijke Commissie, die tevens voorzitter en secretaris zijn danwel benoeming van nieuwe leden in deze functies.
Een spoedig antwoord zal zeer op prijs worden gesteld.
De Secretaris der Generale
Commissie Zuiderzeesteunwet.
w.g.onleesbaar. Deze brief is een administratief verzoek betreffende de samenstelling van de 'Plaatselijke Commissie Zuiderzeesteunwet' in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Periodieke aftreding: Op 8 augustus 1940 moeten drie van de vijf commissieleden worden (her)benoemd.
- Wettelijk kader: De procedure volgt artikel 15 van het Koninklijk Besluit van 18 december 1925. Dit artikel schrijft voor dat advies moet worden gevraagd aan relevante lokale organisaties.
- Probleemstelling: Een van de voorheen aangewezen organisaties, de 'Vereniging van Belanghebbenden der Nevenbedrijven der Visscherij', blijkt na een enquête te zijn opgeheven.
- Verzoek aan de Burgemeester: De secretaris vraagt de burgemeester om een nieuwe organisatie voor te dragen. Hierbij wordt specifiek gesuggereerd om te kijken naar een organisatie die de belangen van de vele erkende 'vischventers' (visverkopers) in Amsterdam behartigt.
- Personele unie: De brief vraagt tevens advies over de herbenoeming van de zittende leden, waaronder de voorzitter en secretaris. De Zuiderzeesteunwet (1925) was bedoeld om financiële compensatie en ondersteuning te bieden aan vissers en aanverwante bedrijven die schade leden door de afsluiting van de Zuiderzee (de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932). Omdat de sociaal-economische impact groot was, werden lokale commissies ingesteld om de belangen van de getroffenen te behartigen en de uitvoering van de wet te monitoren.
De datum van het document, 3 juni 1940, is historisch pikant. Nederland was op dat moment pas enkele weken bezet door nazi-Duitsland (na de capitulatie op 15 mei 1940). De brief illustreert dat het civiele ambtelijke apparaat en de uitvoering van bestaande wetgeving, zoals de Zuiderzeesteunwet, in de eerste fase van de bezetting gewoon doorgingen ("business as usual"), ondanks de drastische politieke veranderingen in het land.