Archiefdocument
Origineel
26 mei 1939. De Burgemeester van Amsterdam (W. de Vlugt). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. No.10/18/5 M.1939 AFSCHRIFT.
No.406 L.M.1939
No.433/823 F.1939.
De Burgemeester heeft de eer te doen toekomen
aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen een
accountantsrapport betreffende balans per 31 Decem-
ber 1938 en van de bedrijfsrekening over het jaar
1938 van de Centrale Markt.
Een afschrift van dit rapport zal t.z.t. aan
de Commissie tot het nazien der Rekening 1938
worden overgelegd,
Amsterdam, 26 Mei 1939.
De Burgemeester,
w.g. De. Vlugt
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen.
b.a. w.g. C.F. Sixma. Dit document is een formeel afschrift van een ambtelijke correspondentie binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam. De tekst dient om het accountantsrapport over het boekjaar 1938 van de Centrale Markt officieel aan te bieden aan de verantwoordelijke wethouder.
Belangrijke kenmerken:
* Terminologie: Het gebruik van "heeft de eer te doen toekomen" getuigt van de formele ambtelijke etiquette van de vooroorlogse periode. De afkorting "t.z.t." staat voor "te zijner tijd" en "w.g." voor "was getekend" (ter indicatie dat het origineel door de genoemde personen is ondertekend).
* Functies: Willem de Vlugt was een langzittende burgemeester van Amsterdam (1921–1941). De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is specifiek interessant; dit ambt was belast met de distributie en controle van voedselvoorzieningen.
* Proces: Het document illustreert de bureaucratische controleketen: het rapport gaat van de burgemeester naar de wethouder, wordt ter kennisgeving aangenomen door de Directeur van het Marktwezen (getekend door C.F. Sixma), en zal later nog worden gecontroleerd door een specifieke auditcommissie. Het document dateert van mei 1939, een kritieke periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de hoofdstad. In de context van de toenemende internationale spanningen en de Nederlandse mobilisatie was een nauwkeurige controle op de financiën en operaties van de voedselmarkt niet louter een administratieve taak, maar een zaak van groot strategisch belang voor de stabiliteit van de stad. De genoemde "Commissie tot het nazien der Rekening" vormde hierbij de uiteindelijke controle-instantie voor de gemeentelijke uitgaven.