Doorslag van een getypte ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een getypte ambtelijke brief. 21 september 1940. De Directeur (namens het Gemeentebestuur van Amsterdam). Rijks-Hoofdinspecteur voor het Verkeer, gevestigd aan de Pieter de Hooghweg te Rotterdam. [Handgeschreven:] Verzonden 21/9
[Rechtsboven:] vP/HG.
den Heer Rijks-Hoofdinspecteur
voor het Verkeer,
Pieter de Hooghweg,
R o t t e r d a m .
46A/39/1 M.
21 September 1940.
Hiermede vraag ik beleefd Uw aandacht voor de navolgende aan-
gelegenheid. Sedert eenige weken is de aanvoer van mosselen hier ter
stede op instigatie van de Nederlandsche Visscherijcentrale met
medewerking van het Mosselen-Verkoopkantoor op gang gebracht. Thans
wordt deze aanvoer, welke in de huidige omstandigheden van bijzon-
der belang is voor de voedselvoorziening van Amsterdam, gestagneerd,
doordien de Firma Luyten en Co., Schoutenstraat 99 Rotterdam, die
de bedoelde aanvoer verzorgt, niet meer over benzine beschikt om de
mosselen naar Amsterdam te vervoeren. Aanvoer per auto is slechts
noodig gedurende de eerstkomende weken, namelijk zoolang de weers-
omstandigheden nog niet den aanvoer per vaartuig toelaten.
Namens het Gemeentebestuur van Amsterdam verzoek ik U beleefd
aan de Firma Luyten en Co. voornoemd, alsnog een zoodanige extra-
toewijzing van benzine te verleenen, dat de bedoelde aanvoer van
mosselen wederom voortgang kan vinden. Voor Uw medewerking ten deze
betuig ik U bij voorbaat mijn dank.
De Directeur, De brief betreft een dringend verzoek om een extra brandstoftoewijzing voor het transport van levensmiddelen. De belangrijkste elementen in de correspondentie zijn:
- Het probleem: De aanvoer van mosselen naar de stad Amsterdam is stilgevallen ("gestagneerd") omdat de transporteur, de Rotterdamse Firma Luyten en Co., door zijn benzinevoorraad heen is.
- Het belang: De afzender benadrukt dat deze aanvoer essentieel is voor de "voedselvoorziening van Amsterdam".
- De logistieke context: Er wordt uitgelegd dat transport per vrachtwagen ("auto") op dat moment de enige optie is. De weersomstandigheden (vermoedelijk najaarsstormen of ongunstige stroming/waterstand) maken transport per schip ("vaartuig") op dat moment nog onmogelijk.
- De partijen: Naast het Amsterdamse gemeentebestuur en de Rijksinspectie worden de Nederlandsche Visscherijcentrale en het Mosselen-Verkoopkantoor genoemd als stuwende krachten achter de mosselaanvoer. Het document is opgesteld in september 1940, slechts vier maanden na de capitulatie van Nederland. Dit is de beginfase van de Duitse bezetting, waarin de distributie van schaarse goederen zoals benzine al strak gereguleerd was door de overheid.
Voedselvoorziening in de grote steden was een prioriteit voor de autoriteiten om onrust onder de bevolking te voorkomen. Mosselen werden in deze periode gepromoot als een relatief goedkoop en beschikbaar eiwitrijk alternatief voor vlees, dat reeds schaars werd. De brief illustreert hoe lokale overheden (Amsterdam) moesten bemiddelen bij nationale instanties in Rotterdam om logistieke blokkades op te lossen die ontstonden door de vroege oorlogsschaarste. De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een crisis-orgaan dat de visserijsector moest reguleren binnen de gestuurde economie van die tijd.