Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 31 oktober 1940. Chef Vischmarkt, Amsterdam. WelEdelheer A.H. de Haer. Amsterdam 31 Octr 1940.
WelEdelheer
A.H. de Haer.
Ter beantwoording van
bijgaand schrijven.
Snoekbaars - baars - blei -
snoek enz. kan altijd naar hier
gezonden worden. Daar is hier
goede vraag naar die soorten
visch en er worden ook goede prij-
zen voor gemaakt. De zendingen
kunnen per spoor gezonden
worden en worden door mijn
personeel des morgens vroeg af-
gehaald en verkocht. De
zendingen moeten geadresseerd
worden. Gemeente Vischmarkt
de Ruyterkade Amsterdam
Centraal Station restant en
franco afzenden. De kosten
bedragen 6% van de bruto
opbrengst. Maandag geen markt.
Hoogachtend
[Handtekening]
Chef Vischmarkt. De brief is een zakelijke reactie van de beheerder (Chef) van de Amsterdamse Gemeente Vischmarkt op een eerdere navraag van de heer De Haer. De kern van het schrijven is informatief en commercieel van aard:
- Product: De markt heeft behoefte aan diverse soorten zoetwatervis, specifiek snoekbaars, baars, blei en snoek. De afzender bevestigt dat er een goede vraag is en dat de prijzen gunstig zijn.
- Logistiek: Er wordt een duidelijke instructie gegeven voor het transport. De vis moet "per spoor" (via het spoorwegnetwerk) worden verzonden naar het Centraal Station in Amsterdam.
- Afhandeling: Het personeel van de vismarkt haalt de zendingen 's ochtends vroeg op bij het station om ze direct te kunnen verhandelen.
- Condities: De verzending moet "franco" (vooruitbetaald door de verzender) en "restant" (ter afhaling op het station) geschieden. De commissie voor de bemiddeling en verkoop bedraagt 6% van de bruto-opbrengst.
- Planning: Er wordt specifiek vermeld dat er op maandagen geen markt wordt gehouden, wat essentieel is voor de planning van de bederfelijke waar. Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland. In deze tijd was de voedselvoorziening een cruciaal punt van aandacht. Vis vormde een belangrijke bron van eiwitten, zeker toen vlees steeds meer op de bon ging.
De locatie van de vismarkt aan de De Ruyterkade (vlak achter het Centraal Station) was logistiek zeer strategisch. Hierdoor kon vis die vanuit de rest van het land (waarschijnlijk de rivieren of de Zeeuwse wateren, gezien de genoemde zoetwatervissen) per trein arriveerde, onmiddellijk worden verwerkt en verkocht aan de Amsterdamse bevolking of tussenhandelaren. De efficiënte koppeling tussen het spoor en de visafslag was destijds de motor van de stedelijke voedseldistributie.