Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 228
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief.

2 maart 1940.

Origineel

Officiële brief. 2 maart 1940. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX

Afd. II. № 1117/68 's-Gravenhage, 2 Maart 1940.
Betreffende: exporteurs.
Bijlage 1 st. t.w.:
aanvullende lijst № 5.

[Stempel: № 46 B/3 / M. 1940 4/3]

[Handschrift in potlood/inkt:]
m. mrg.
Bijlage vermelden
lijst aan de Vischmarkt
sturen [onleesbaar]
Aj [gevolgd door datum] 11/3-in.

A A N
den Heer Directeur van
het Gemeentelijk Marktwezen
te
AMSTERDAM. -

Ingesloten doe ik U toekomen een aanvullende lijst № 5, waarop zijn vermeld de namen van exporteurs van vischproducten, die als zoodanig bij de Nederlandsche Visscherijcentrale zijn ingeschreven.

Achter den naam is aangegeven in welke groep(en) de betreffende exporteur is ingedeeld.

Ik vestig er nadrukkelijk Uw aandacht op, dat met een exporteur slechts Monopolie-Overeenkomsten gesloten mogen worden en aan hem slechts een Machtiging tot Uitvoer kan worden verstrekt, indien hij als exporteur van dat betreffende product bij de Nederlandsche Visscherijcentrale staat ingeschreven.

DE DIRECTEUR,
[Handtekening: P.J. van de...]

Ko/NP.

19550 - '40 Deze brief illustreert de strikte regulering van de Nederlandse visserijsector aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) fungeerde als een centraal orgaan dat toezicht hield op de handel en export van vis.

De kern van de brief is de mededeling dat alleen geregistreerde exporteurs over de nodige vergunningen kunnen beschikken. Het gebruik van de term "Monopolie-Overeenkomsten" wijst op een stelsel van marktordening waarbij de overheid (of een door de overheid aangewezen instantie) de handel strak controleerde om prijzen en exportstromen te beheersen, waarschijnlijk in het kader van de Landbouwcrisiswetgeving.

De handgeschreven aantekeningen wijzen op de administratieve verwerking bij het Gemeentelijk Marktwezen in Amsterdam, waarbij de lijst werd doorgeleid naar de vismarkt (mogelijk de Centrale Vischmarkt aan de De Ruijterkade). De brief is gedateerd op 2 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van mobilisatie en dreigende schaarste was de controle op de voedselvoorziening en de export van vitaal belang. De overheid probeerde via organen zoals de Visscherijcentrale de economische belangen te beschermen en te voorkomen dat ongecontroleerde handel de binnenlandse markt of de internationale handelsbetrekkingen zou verstoren.

De bureaucratische processen die hier zichtbaar zijn — het versturen van geautoriseerde lijsten en het vereisen van machtigingen — vormden de basis voor de distributie- en controlesystemen die gedurende de daaropvolgende bezettingsjaren door de Duitse autoriteiten zouden worden overgenomen en verder aangescherpt.

Samenvatting

Deze brief illustreert de strikte regulering van de Nederlandse visserijsector aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) fungeerde als een centraal orgaan dat toezicht hield op de handel en export van vis.

De kern van de brief is de mededeling dat alleen geregistreerde exporteurs over de nodige vergunningen kunnen beschikken. Het gebruik van de term "Monopolie-Overeenkomsten" wijst op een stelsel van marktordening waarbij de overheid (of een door de overheid aangewezen instantie) de handel strak controleerde om prijzen en exportstromen te beheersen, waarschijnlijk in het kader van de Landbouwcrisiswetgeving.

De handgeschreven aantekeningen wijzen op de administratieve verwerking bij het Gemeentelijk Marktwezen in Amsterdam, waarbij de lijst werd doorgeleid naar de vismarkt (mogelijk de Centrale Vischmarkt aan de De Ruijterkade).

Historische Context

De brief is gedateerd op 2 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van mobilisatie en dreigende schaarste was de controle op de voedselvoorziening en de export van vitaal belang. De overheid probeerde via organen zoals de Visscherijcentrale de economische belangen te beschermen en te voorkomen dat ongecontroleerde handel de binnenlandse markt of de internationale handelsbetrekkingen zou verstoren.

De bureaucratische processen die hier zichtbaar zijn — het versturen van geautoriseerde lijsten en het vereisen van machtigingen — vormden de basis voor de distributie- en controlesystemen die gedurende de daaropvolgende bezettingsjaren door de Duitse autoriteiten zouden worden overgenomen en verder aangescherpt.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2