Administratieve brief (begeleidend schrijven).
Origineel
Administratieve brief (begeleidend schrijven). 16 april 1940. Een niet nader genoemde "Directeur" (vermoedelijk van een overheidsinstantie zoals het Departement van Economische Zaken of een aanverwante dienst). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter. [?] de Boer
ter. Mischmarkt.
[Handgeschreven, middenboven:]
extra
[Getypt:]
DV.
46B/11/2 M.
n 48
16 April 1940.
den Heer Directeur der Neder-
landsche Visscherijcentrale,
Juliana van Stolbergplein 3-4,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 April jl. (Afd.
I. No.1913/123), heb ik de eer U ingesloten te doen toekomen:
48 stuks "Vergunning tot den uitvoer van consumptie-garnalen
naar alle landen, met uitzondering van Frankrijk", genummerd van
5344 t/m 5350 en van 7581 t/m 7621.
De Directeur, * Formele taal: De brief is opgesteld in het ambtelijk Nederlands van voor de Tweede Wereldoorlog, herkenbaar aan spellingen als "Nederlandsche", "Visscherij" en "den uitvoer". De aanhef "heb ik de eer U... te doen toekomen" is een standaard beleefdheidsvorm in toenmalige zakelijke correspondentie.
* Inhoud: Het document is puur administratief en dient als geleidebrief voor een pakket van 48 specifieke vergunningen voor de export van garnalen. Opvallend is de expliciete uitzondering van Frankrijk als exportbestemming in deze vergunningen.
* Administratieve controle: De nauwkeurige vermelding van vergunningsnummers (5344 t/m 5350 en 7581 t/m 7621) duidt op een strikt gecontroleerd systeem van exportquota of -toestemmingen. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" fungeerde hierbij als tussenpersoon of uitvoerend orgaan voor de visserijsector. * Tijdsgeest: De datum, 16 april 1940, is zeer saillant. Het is minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog elders in Europa al in volle gang.
* Economische oorlogsvoering: De internationale handel was in 1940 zeer gecompliceerd door blokkades en handelsrestricties van de oorlogvoerende partijen. De uitsluiting van Frankrijk als exportbestemming kan wijzen op politieke gevoeligheid, deviezenproblemen, of specifieke afspraken binnen de neutraliteitspolitiek van Nederland om de handel met de strijdende machten te reguleren.
* Voedselvoorziening: De export van voedingsmiddelen (zoals garnalen) werd strikt gereguleerd om de eigen voedselvoorziening te waarborgen en tegelijkertijd de economische belangen van de visserijsector te dienen in een krimpende internationale markt. De genoemde locatie, Juliana van Stolbergplein in Den Haag, was het hart van de Nederlandse overheidsbureaucratie.