Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 310
Dossier 68
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/advies (kopie of doorslag).

21 maart 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst voor het Marktwezen of een gerelateerde economische afdeling). Aan: De Heer Voorzitter van den Levensmiddelenraad, Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/advies (kopie of doorslag). 21 maart 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst voor het Marktwezen of een gerelateerde economische afdeling). De Heer Voorzitter van den Levensmiddelenraad, Amsterdam. 2 21 Maart x 40
47/1/2 den Heer Voorzitter van den
Amsterdam. Levensmiddelenraad,

er is ruime aanvoer door de Nederlandsche visscherij en de contin-
genteering van buitenlandsche visch is afgeschaft. Daarbij komt,
dat de Gemeente zou moeten optreden als concurrente van de gros-
siers in IJmuiden en Amsterdam, voor zoover dezen den Amsterdanschen
kleinhandel van visch voorzien. Daargelaten de schade, die de gros-
siers van dit gemeentelijke optreden op hun terrein zouden onder-
vinden, riskeert de Gemeente zelf, dat deze zaak haar veel geld zou
kosten. De Commissie meent namelijk ten onrechte, "dat het finan-
cieele risico voor de Gemeente zeer gering zal zijn". De aankoopen
zouden, zooals uit het bovenstaande blijkt, in hoofdzaak moeten
geschieden op de binnenlandsche markt, hetgeen uiterst speculatief
is te achten, omdat de kleinhandel - wil de voorgestelde Gemeente-
lijke bemoeienis effect hebben - niet verplicht kan worden de
gemeentelijke aankoopen tegen redelijke prijzen (zelfs niet tegen
den kostenden prijs) over te nemen. Ook eventueele aankoopen in het
buitenland zijn, door de afschaffing der contingenteering, riskant;
gesteld al, dat de Nederlandsche Visscherij Centrale aan de Gemeente
zou willen toestaan te importeeren, hetgeen zij mij, zooals ik
hierboven mededeelde, voor Amsterdansche grossiers toezegde doch,
in verband met de consequenties, niet geneigd is der Gemeente te
veroorloven.

    Het bedrag dat voor deze transacties beschikbaar

zou moeten worden gesteld, zou zeer groot moeten zijn, want in prin-
cipe zou de geheele Amsterdansche kleinhandel in visch van deze
gemeentelijke voorziening moeten kunnen profiteeren. Ik betwijfel
of de Raad voor een dergelijke zaak, waaraan geen behoefte is ge-
bleken en die een omvangrijke organisatie zou vereischen, een cre-
diet beschikbaar zal stellen en of Gedeputeerde Staten dat zouden
goedkeuren. De consequenties ten aanzien van andere groepen van
neringdoenden, die op hun beurt om gemeentelijke hulp zouden kunnen
komen vragen, zijn trouwens niet te overzien.

    Op grond van het bovenstaande ontraad ik U het ad-

vies der Commissie te aanvaarden. Ik geef U beleefd in overweging
mijn rapport ter kennis van de Commissie te brengen, die dan onge-
twijfeld haar standpunt ten deze zal herzien, ware het alleen reeds
op grond van het feit, dat de omstandigheden geheel anders zijn dan
die, waarvan de Commissie is uitgegaan.

                                    De Directeur, *   **Kern van het document:** De directeur adviseert de Voorzitter van de Levensmiddelenraad om een voorstel van een commissie — die pleit voor gemeentelijke inkoop van vis — af te wijzen.
  • Argumentatie:
    1. Marktomstandigheden: Er is voldoende aanvoer en de importbeperkingen (contingentering) zijn opgeheven, waardoor overheidsingrijpen overbodig is.
    2. Oneerlijke concurrentie: De gemeente zou de bestaande groothandel (grossiers) in IJmuiden en Amsterdam schaden.
    3. Financieel risico: Het plan is speculatief. De gemeente kan kleinhandelaren niet dwingen de ingekochte vis af te nemen, wat kan leiden tot grote verliezen.
    4. Organisatorische bezwaren: Er is een groot krediet nodig en een omvangrijke organisatie, waarvoor goedkeuring van de Gemeenteraad en de Provincie (Gedeputeerde Staten) onwaarschijnlijk is.
    5. Precedentwerking: Als de vishandel hulp krijgt, zullen andere sectoren ("neringdoenden") volgen.
  • Toon: De tekst is formeel, zakelijk en beslist. De schrijver zet zich expliciet af tegen het eerdere standpunt van een "Commissie" die de risico's zou onderschatten. Dit document dateert van 21 maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel de oorlogsdreiging op dat moment groot was, toont dit document een overheid die nog probeert te functioneren binnen de normale kaders van de markteconomie.

De Levensmiddelenraad in Amsterdam hield zich bezig met de voedselvoorziening en prijsbeheersing in de stad. In de jaren '30 en begin 1940 was er veel discussie over de mate waarin de overheid moest interveniëren in de markt om prijzen laag te houden en distributie te garanderen. "Contingenteering" was een veelgebruikt instrument in die tijd (importquota) om de eigen markt te beschermen, maar blijkbaar was dit voor vis op dat moment net afgeschaft.

De tekst illustreert de spanning tussen het streven naar sociale zekerheid (voedselvoorziening door de gemeente) en de belangen van de vrije markt (de grossiers). De directeur waarschuwt hier voor de gevaren van een "geplande economie" op gemeentelijk niveau. Na de bezetting in mei 1940 zou de discussie over voedselvoorziening radicaal veranderen door de invoering van de distributie door de bezetter.

Samenvatting

  • Kern van het document: De directeur adviseert de Voorzitter van de Levensmiddelenraad om een voorstel van een commissie — die pleit voor gemeentelijke inkoop van vis — af te wijzen.
  • Argumentatie:
    1. Marktomstandigheden: Er is voldoende aanvoer en de importbeperkingen (contingentering) zijn opgeheven, waardoor overheidsingrijpen overbodig is.
    2. Oneerlijke concurrentie: De gemeente zou de bestaande groothandel (grossiers) in IJmuiden en Amsterdam schaden.
    3. Financieel risico: Het plan is speculatief. De gemeente kan kleinhandelaren niet dwingen de ingekochte vis af te nemen, wat kan leiden tot grote verliezen.
    4. Organisatorische bezwaren: Er is een groot krediet nodig en een omvangrijke organisatie, waarvoor goedkeuring van de Gemeenteraad en de Provincie (Gedeputeerde Staten) onwaarschijnlijk is.
    5. Precedentwerking: Als de vishandel hulp krijgt, zullen andere sectoren ("neringdoenden") volgen.
  • Toon: De tekst is formeel, zakelijk en beslist. De schrijver zet zich expliciet af tegen het eerdere standpunt van een "Commissie" die de risico's zou onderschatten.

Historische Context

Dit document dateert van 21 maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel de oorlogsdreiging op dat moment groot was, toont dit document een overheid die nog probeert te functioneren binnen de normale kaders van de markteconomie.

De Levensmiddelenraad in Amsterdam hield zich bezig met de voedselvoorziening en prijsbeheersing in de stad. In de jaren '30 en begin 1940 was er veel discussie over de mate waarin de overheid moest interveniëren in de markt om prijzen laag te houden en distributie te garanderen. "Contingenteering" was een veelgebruikt instrument in die tijd (importquota) om de eigen markt te beschermen, maar blijkbaar was dit voor vis op dat moment net afgeschaft.

De tekst illustreert de spanning tussen het streven naar sociale zekerheid (voedselvoorziening door de gemeente) en de belangen van de vrije markt (de grossiers). De directeur waarschuwt hier voor de gevaren van een "geplande economie" op gemeentelijk niveau. Na de bezetting in mei 1940 zou de discussie over voedselvoorziening radicaal veranderen door de invoering van de distributie door de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 45

Gerelateerde Documenten 2