Intern administratief briefje/geleidebiljet (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Intern administratief briefje/geleidebiljet (Algemene Zaken Model No. 14). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. . No. 48/11/1 1940
DOORGEZONDEN: 8/4-140.
[Handgeschreven tekst centraal]
Ontvangst van dit schrijven niet aan Centr. Dienst bevestigen
aangezien bevestiging zou kunnen worden opgevat als een
bewijs van opslag waarvoor „in welken vorm ook” f 0,50 zegel
is verschuldigd.
11-4-’40
[Paraaf]
[Rode tekst, diagonaal]
Opbergen
[Datumstempel rechtsonder]
29 OCT. 1940
[Onderaan de pagina]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: De nota bevat een specifieke instructie om de ontvangst van een bepaald schrijven niet officieel te bevestigen aan de "Centrale Dienst".
* Reden: Men wil voorkomen dat de bevestiging juridisch of fiscaal wordt aangemerkt als een formeel "bewijs van opslag". Indien het als zodanig zou worden gezien, zou er op basis van de toenmalige wetgeving (waarschijnlijk de Zegelwet) een bedrag van 0,50 gulden aan zegelrecht betaald moeten worden. Het document toont een ambtelijke poging om onnodige kosten en bureaucratische rompslomp te vermijden door informele afhandeling.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode (bijv. "in welken vorm ook", "verschuldigd"). Dit document dateert van april 1940, slechts een maand voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de strikte bureaucratische procedures en de invloed van de fiscus op de dagelijkse administratie van de overheid. Het feit dat het document pas op 29 oktober 1940 definitief is "opgeborgen" (gearchiveerd), getuigt van de doorloop van de administratieve molen, zelfs tijdens de eerste maanden van de bezetting. De gebruikte formulieren (Model No. 14 uit 1937) wijzen op een gestandaardiseerd proces binnen de rijksadministratie.
Samenvatting
- Inhoud: De nota bevat een specifieke instructie om de ontvangst van een bepaald schrijven niet officieel te bevestigen aan de "Centrale Dienst".
- Reden: Men wil voorkomen dat de bevestiging juridisch of fiscaal wordt aangemerkt als een formeel "bewijs van opslag". Indien het als zodanig zou worden gezien, zou er op basis van de toenmalige wetgeving (waarschijnlijk de Zegelwet) een bedrag van 0,50 gulden aan zegelrecht betaald moeten worden. Het document toont een ambtelijke poging om onnodige kosten en bureaucratische rompslomp te vermijden door informele afhandeling.
- Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode (bijv. "in welken vorm ook", "verschuldigd").
Historische Context
Dit document dateert van april 1940, slechts een maand voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de strikte bureaucratische procedures en de invloed van de fiscus op de dagelijkse administratie van de overheid. Het feit dat het document pas op 29 oktober 1940 definitief is "opgeborgen" (gearchiveerd), getuigt van de doorloop van de administratieve molen, zelfs tijdens de eerste maanden van de bezetting. De gebruikte formulieren (Model No. 14 uit 1937) wijzen op een gestandaardiseerd proces binnen de rijksadministratie.