Handgeschreven administratieve aantekening / overzicht van kolenvoorraden.
Origineel
Handgeschreven administratieve aantekening / overzicht van kolenvoorraden. [Kolom 1]
1 vetkolen
2 nootjes 4
3 12
4 10 (binnenland)
5 nihil
6 22
7 10
8 nihil
9 hoog November midden
[Kolom 2]
1 magerkolen
2 nootjes 4
3 17
4 15 (binnenland)
5 nihil
6 32
7 15
8 nihil
9 laag November midden [doorstreept?]
[Kolom 3]
1 cokes
2 breek
3 6 ton
4 nihil
5 nihil
6 6 ton
7 nihil
8 nihil
9 begin October
[Tekst links onder]
Halen [of: Halm] Centrale Markt
ontvangst
4 mijn / handelaar
5/6 Verkoopbureau
6 Staatsmijnen
formulieren Rijkskolenbureau
Nº 56 Augustus 1940
[Tekst rechts onder: Verklaring]
Verklaring
2 = soort + afmeting
3 = voorraad 21 Juni 1940
4 = ontvangst 21/6 t/m 20/7 1940 (binnenland)
5 = verbruik 21/6 t/m 20/7 40
6 = voorraad 20/7 40
7 = nog te ontvangen op Juli toewijzing
8 = geschat verbruik Aug 40
9 = voorraad 20 Juli is toereikend tot Het document is een gedetailleerde inventarisatie van brandstofvoorraden (vetkolen, magerkolen en cokes) voor een specifieke locatie, mogelijk de "Centrale Markt". De opbouw is strikt numeriek, waarbij de cijfers 1 tot en met 9 corresponderen met de legenda rechtsonder.
Opvallend is dat de rekensom klopt: de voorraad op 21 juni (3) plus de ontvangsten (4) minus het verbruik (5) resulteert in de voorraad op 20 juli (6). In alle gevallen is het verbruik (5) in deze periode "nihil" geweest, wat duidt op de opbouw van een wintervoorraad. Dit wordt bevestigd bij punt 9, waar wordt aangegeven dat de voorraad toereikend is tot oktober of november.
De verwijzingen naar de "Staatsmijnen" en het "Verkoopbureau" duiden op de officiële kanalen waarlangs de kolendistributie in die tijd verliep. Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval in Nederland. Tijdens de bezetting werd de distributie van schaarse goederen zoals brandstof strak gereguleerd door de overheid via de Rijksbureaus. Het Rijkskolenbureau speelde hierin een centrale rol; zij bepaalden hoeveel kolen particulieren, bedrijven en instellingen kregen.
In de zomer van 1940 werd er onder toezicht van de bezetter en de Nederlandse bureaucratie hard gewerkt om voorraden in kaart te brengen voor de komende winter. De nauwkeurigheid van deze formulieren (zoals "Nº 56") was essentieel voor het functioneren van het bonnensysteem en de algemene energievoorziening in oorlogstijd. De vermelding van "binnenland" suggereert een onderscheid tussen kolen uit de eigen Limburgse mijnen en eventuele import.