Officieel distributieformulier (oningevuld).
Origineel
Officieel distributieformulier (oningevuld). GROEP B (1)
FORMULIER M D 69
FORMULIER TEN BEHOEVE VAN DE DISTRIBUTIE VAN VASTE BRANDSTOFFEN
Naam van de instelling, het gebouw of kantoor, enz.: ..................................................................................
Plaats van vestiging: ................................................................. Adres: ...........................................................
- Welke werkzaamheden worden door U, Uwe instelling, enz. hoofdzakelijk verricht? [ruimte voor antwoord]
- Hebt gij een A. aanvraagformulier ingevuld? [ruimte voor antwoord]
- ~~Hoeveel bedraagt de in verband met deze werkzaamheden te verwarmen ruimte, uitgedrukt in M³? (Inclusief gangen, portalen, trapruimten)~~ [doorgehaald met rode pen] ................... M³
- Is er in het (de) bij U, Uwe instelling, enz. in gebruik zijnde gebouw(en) een aansluiting op het
a. gasnet? ................................................................................................................................... a. ...................
b. electrisch net? ............................................................................................................................ b. ................... - Wordt de onder 2 bedoelde ruimte hoofdzakelijk verwarmd
a. met vaste brandstoffen in
1. haarden, kachels, enz.? ......................................................................................... a. 1. .............
2. (een) centrale verwarmingsketel(s), onder meer of uitsluitend dienende voor verwarming van vertrekken, gebouwen, enz., welke worden gebruikt voor de onder vraag 1 bedoelde werkzaamheden? ............................................................ 2. .............
3. (een) centrale verwarmingsketel(s), waarmee tevens stoom of warm water voor bedrijfsafdelingen (b.v. wasserij, bakkerij, enz.) wordt verkregen? ........... 3. .............
b. met gas? ................................................................................................................................... b. ...................
c. met electriciteit? ........................................................................................................................ c. ...................
(N.B. Indien naast de hoofdverwarming als aanvulling gebruik wordt gemaakt van een gashaard, straalkachel, e. d., dient dit niet onder b. of c. te worden vermeld.) - a. Hoe is de naam en het type van de in het (de) bij U, Uwe instelling, enz. in gebruik zijnde gebouw(en) opgestelde centrale verwarmingsketel(s)? ......................... a. ...................
b. Maakt U, Uwe instelling, enz. daarbij gebruik van een automatisch voorstookapparaat of een andere mechanische stookinrichting? ............................................... b. ...................
Zoo ja, hoe is de naam en het type hiervan? ............................................................................................
c. Hoeveel bedraagt het verwarmend oppervlak van den in gebruik zijnden ketel uitgedrukt in M²? ................................................................................................................... c. ................... M²
d. Welke van de ondervermelde brandstofsoorten worden in dezen ketel, resp. dit voorstookapparaat of deze andere mechanische stookinrichting gestookt?
1. Anthraciet- of magernootjes 0, 1, 2 of 3 of grove cokes, cokes 1, 2 of 3 . d. 1. .............
2. Anthraciet-, mager- of essnootjes 4 of 5 . . . . . . . . . . . . . . . 2. .............
3. Cokes 4 of parelcokes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3. .............
4. Overige soorten vaste brandstof. (Zie vraag 11) . . . . . . . . . . . 4. .............
DIT NIET INVULLEN
| VERBRUIK VAN VASTE BRANDSTOFFEN VOOR: | SOORT BRANDSTOF | AANTAL EENHEDEN PER JAAR | AANTAL EENHEDEN PER STOOKMAAND | PARAAF AMBTENAAR DISTRIBUTIEDIENST |
|---|---|---|---|---|
| a. Ruimteverwarming . . . . | ||||
| b. Waterverwarming . . . . | ||||
| c. 1. ........................................ | ||||
| 2. ........................................ | ||||
| 3. ........................................ | ||||
| 4. ........................................ |
8272 Z.O.Z. Dit formulier is een administratief instrument van de Distributiedienst. Het diende om de brandstofbehoefte van instellingen en bedrijven (Groep B) nauwkeurig in kaart te brengen tijdens een periode van schaarste.
- Technische details: Er wordt specifiek gevraagd naar de technische specificaties van de verwarmingsinstallaties, zoals het type centrale verwarmingsketel, het verwarmend oppervlak in M², en het gebruik van mechanische stookinrichtingen. Dit wijst erop dat de brandstoftoewijzing gebaseerd werd op technische capaciteit en efficiëntie.
- Brandstoftypes: De lijst bij vraag 6d geeft een tijdsbeeld van de gangbare brandstoffen: diverse maten anthraciet, magerkool en cokes (zoals "parelcokes").
- Rode doorhaling: De rode streep door vraag 3 (over het volume van de te verwarmen ruimte) suggereert dat voor deze specifieke subgroep (B1) de berekening van de toewijzing niet langer gebaseerd werd op het volume van het gebouw, of dat deze informatie reeds elders bekend was. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) en de eerste jaren daarna was er een streng distributiestelsel voor schaarse goederen. Kolen (vaste brandstoffen) waren cruciaal voor zowel de industrie als voor het verwarmen van gebouwen. Bedrijven en instellingen werden ingedeeld in groepen (hier "Groep B") om hun rantsoen te bepalen. De Distributiedienst controleerde streng op het verbruik om zwarte handel te voorkomen en de schaarse voorraden eerlijk (of strategisch) te verdelen. De onderzijde van het formulier ("DIT NIET INVULLEN") was gereserveerd voor de ambtenaar om de definitieve toewijzing vast te leggen. N.B. Indien