Handgeschreven nota/conceptbrief betreffende brandstofverbruik.
Origineel
Handgeschreven nota/conceptbrief betreffende brandstofverbruik. Wat er in de tweede periode ten
behoeve der D. Weermacht is verbruikt
is niet nauwkeurig aan te geven
omdat alle ruimten in de hal
door een en dezelfde centrale verwarmings-
installatie worden verwarmd.
Deze hoeveelheid wordt, in verhouding
tot de totaal verwarmde ruimte
door ons globaal geschat op – 1200 Kg –
In totaal wordt het verbruik aan
brandstoffen ten behoeve van
de D. Weermacht in de periode
8 t/m 31 Oct. dus geraamd
op – 1500 Kg + 1200 Kg is – 2700 Kg –
Het Bur. van Bemiddeling Commissie
van overleg met Duitsche overheid te
verzoeken, om te verkrijgen dat ons
bovenbedoelde hoeveelheid
brandstof hiertoe wordt verstrekt.
De gebruikte brandstof bestaat
uit een mengsel van anthraciet nootjes
Industrie 5 en vet 4 in de verhouding v. 60% Ind –
[in de marge:] 40% vet
Eventueel kan ook het equivalent
~~geleverd worden in andere brandstof~~
~~of in cokes~~ cokes
geleverd worden van dezelfde
calorische waarde, door bijv.
breekoerels, waarvan de te
leveren hoeveelheid in verband
met de mindere cal. waarde
daarvan, door ons wordt
gesteld op 8/7 x bovenvermelde
hoeveelheid dus op zeg. – 3000 Kg – Het document is een administratieve verantwoording van brandstofverbruik tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Onmogelijkheid van exacte meting: De opsteller legt uit dat het verbruik door de Duitse Weermacht niet exact gemeten kan worden omdat het gehele gebouw (de "hal") gebruikmaakt van één centrale verwarmingsinstallatie.
- Schatting op basis van volume: Er wordt een proportionele schatting gemaakt (1200 kg) op basis van het totale verwarmde oppervlak. Samen met een eerdere post van 1500 kg komt men op een totaal van 2700 kg voor de periode van 8 tot 31 oktober.
- Specificatie van brandstof: Men vraagt specifiek om een mengsel van "anthraciet nootjes" (Industrie 5 en Vet 4) in een verhouding van 60/40.
- Calorische compensatie: De opsteller toont technische kennis door aan te geven dat alternatieve brandstoffen (zoals cokes of breekoerels) acceptabel zijn, mits de hoeveelheid wordt aangepast aan de lagere energetische waarde. Hierbij wordt een rekensom gehanteerd (8/7 van het oorspronkelijke gewicht), wat de totale vraag verhoogt naar 3000 kg. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden veel openbare gebouwen, fabrieken en hallen gevorderd door de Wehrmacht. Brandstof (kolen, antraciet en cokes) was gedurende de oorlog schaars en strikt gerantsoeneerd.
Nederlandse instanties die gedwongen waren de bezetter te faciliteren, moesten nauwkeurige rapportages overleggen aan de distributiediensten of speciale bemiddelingsbureaus ("Bureau van Bemiddeling") om aanspraak te kunnen maken op nieuwe voorraden. Zonder deze verantwoording zou het brandstofverbruik van de Duitsers ten koste gaan van het eigen krappe rantsoen van de Nederlandse organisatie. De brief illustreert de pragmatische en bureaucratische omgang met de bezetter wat betreft logistieke middelen.