Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 271
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief van het Gemeentelijk Materialenbureau Amsterdam.

19 november 1940. Van: Ir. E. de Kruijff, Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau. Aan: Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

Origineel

Officiële brief van het Gemeentelijk Materialenbureau Amsterdam. 19 november 1940. Ir. E. de Kruijff, Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West. [Stempel in paars bovenaan:] № 48/25/16 M. 1940 20/11

[Briefhoofd met wapen van Amsterdam]
Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)

Telefoon 43321, 43130
Toestellen 483, 568, 569, 576

Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden

Aan: den Heer Directeur van het
Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam – West.

No. 10/60 G.M.B. S/AB
Amsterdam, 19 November 1940

Bijlagen: –

[Handgeschreven notities in de marge:] ni Hr Slymm [?] Hr Jonker [Rode stempel/krabbel: 9]

Naar aanleiding van Uw schrijven van 4 November j.l., No. 48/25/14 M., gericht aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, dat mij ter verdere behandeling werd toegezonden, deel ik U mede, dat U ter verkrijging van de door U bedoelde brandstoffen, welke verstookt zijn ten behoeve van de Duitsche Weermacht, U kunt wenden tot het ter plaatse aanwezige hoofd der militairen, met het verzoek of hij zich daaromtrent in verbinding wil stellen met de Duitsche autoriteiten, welke gevestigd zijn Sarphatistraat 110.

Indien brandstoffen verstookt worden ten behoeve van de Duitsche luchtmacht, dan dient bedoelde militair zich, ter verkrijging van die brandstoffen te wenden tot de Duitsche autoriteiten in Hotel de l’Europe, N. Doelenstraat 2-4.

Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, [getekend]

[Handtekening: E. de Kruijff]

Ir. E. de Kruijff.

[Handgeschreven berekening onderaan:]
8-10 / 4-11
27 x 2.40 = f 64.80

[Linksonder in kleine letters:] 1000-8-’40 * Administratieve hiërarchie: De brief toont de bureaucratische afhandeling van brandstofverbruik tijdens de vroege bezettingsjaren. De aanvraag liep oorspronkelijk via de Wethouder voor de Levensmiddelen, maar werd doorgeleid naar het Materialenbureau voor technische afwikkeling.
* Logistieke scheiding: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de Wehrmacht (leger) en de Luchtmacht (Luftwaffe). Voor beide takken gelden verschillende contactpunten voor brandstofcompensatie.
* Locaties:
* Sarphatistraat 110: Hier bevond zich de Oranje-Nassau Kazerne, die door de Duitse bezetter was gevorderd.
* Hotel de l’Europe: Dit hotel was gevorderd door de Luftwaffe en diende als hoofdkwartier voor hun staf in Amsterdam.
* Handgeschreven notitie: De berekening onderaan (27 x 2.40 = 64.80 gulden) betreft vermoedelijk de financiële waarde van de hoeveelheid brandstof waarover gecorrespondeerd werd. Deze brief dateert van november 1940, slechts zes maanden na de Nederlandse capitulatie. De toon is zakelijk en ambtelijk, wat illustratief is voor de wijze waarop het Nederlandse overheidsapparaat in de beginfase van de oorlog doorwerkte onder Duits gezag.

Het Gemeentelijk Materialenbureau speelde een cruciale rol in de distributie van schaarse goederen. In deze periode begon de schaarste aan brandstoffen (kolen, olie, benzine) merkbaar te worden voor de burgerbevolking. De brief laat zien hoe de kosten en de bevoorrading van de bezetter strikt gescheiden moesten worden van de reguliere gemeentelijke administratie, waarbij de bezetter zelf de uiteindelijke autoriteit was voor hun eigen verbruik. De verwijzing naar de Directeur van het Marktwezen (gevestigd bij de Centrale Markthallen) suggereert dat de brandstof mogelijk gebruikt was voor transport of verwarming gerelateerd aan de voedselvoorziening in de stad, waarbij Duitse militairen betrokken waren.

Samenvatting

  • Administratieve hiërarchie: De brief toont de bureaucratische afhandeling van brandstofverbruik tijdens de vroege bezettingsjaren. De aanvraag liep oorspronkelijk via de Wethouder voor de Levensmiddelen, maar werd doorgeleid naar het Materialenbureau voor technische afwikkeling.
  • Logistieke scheiding: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de Wehrmacht (leger) en de Luchtmacht (Luftwaffe). Voor beide takken gelden verschillende contactpunten voor brandstofcompensatie.
  • Locaties:
    • Sarphatistraat 110: Hier bevond zich de Oranje-Nassau Kazerne, die door de Duitse bezetter was gevorderd.
    • Hotel de l’Europe: Dit hotel was gevorderd door de Luftwaffe en diende als hoofdkwartier voor hun staf in Amsterdam.
  • Handgeschreven notitie: De berekening onderaan (27 x 2.40 = 64.80 gulden) betreft vermoedelijk de financiële waarde van de hoeveelheid brandstof waarover gecorrespondeerd werd.

Historische Context

Deze brief dateert van november 1940, slechts zes maanden na de Nederlandse capitulatie. De toon is zakelijk en ambtelijk, wat illustratief is voor de wijze waarop het Nederlandse overheidsapparaat in de beginfase van de oorlog doorwerkte onder Duits gezag.

Het Gemeentelijk Materialenbureau speelde een cruciale rol in de distributie van schaarse goederen. In deze periode begon de schaarste aan brandstoffen (kolen, olie, benzine) merkbaar te worden voor de burgerbevolking. De brief laat zien hoe de kosten en de bevoorrading van de bezetter strikt gescheiden moesten worden van de reguliere gemeentelijke administratie, waarbij de bezetter zelf de uiteindelijke autoriteit was voor hun eigen verbruik. De verwijzing naar de Directeur van het Marktwezen (gevestigd bij de Centrale Markthallen) suggereert dat de brandstof mogelijk gebruikt was voor transport of verwarming gerelateerd aan de voedselvoorziening in de stad, waarbij Duitse militairen betrokken waren.

Kooplieden in dit dossier 100