Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 340
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Administratieve correspondentie.

30 maart 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Administratieve correspondentie. 30 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter. Mr. Prouw
ter. Mr. Müller

[Getypt, linksboven:]
vP/DV.

53/11/2 M.

[Handgeschreven, midden:]
Verzonden 30/3-’40

[Getypt, rechtsboven:]
30 Maart 1940.

[Getypt, links:]
Restitutie entréegeld
Centrale Markt ten name
van H.J. Stoel.

[Getypt, rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H.J. Stoel, Crijnssenstraat 28 II, wien als kooper met een personeelslid toegang is verleend tot de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1940, is gemobiliseerd en zijn zaak met ingang van 11 Maart jl. heeft verkocht. Stoel had het op de Centrale Markt verschuldigde entréegeld voor zich zelf en voor zijn personeel, voor het kalenderjaar 1940 betaald en wel tot een totaal bedrag van f 12,- (f 10,- voor zich zelf en f 2,- voor zijn personeel). Hij verzoekt thans hem een gedeelte van het betaalde te restitueeren, welk verzoek mij billijk voorkomt. Indien hij het entréegeld volgens het tarief per kalendermaand had voldaan, zou hij tot en met de maand Maart jl. schuldig zijn geweest: drie keer f 1,- voor zichzelf en drie keer f 0,25 voor zijn personeel, dus totaal f 3,75.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat hem, op grond van het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, op gronden van billijkheid door Burgemeester en Wethouders teruggave van betaald entréegeld wordt toegestaan tot een bedrag van f 12,- - f 3,75 = f 8,25.

De Directeur, * Kern van de zaak: Een ondernemer (H.J. Stoel) vraagt om gedeeltelijke terugbetaling van zijn jaarlijkse toegangsgeld voor de Centrale Markt. De reden hiervoor is dat hij zijn bedrijfsactiviteiten moest staken omdat hij werd opgeroepen voor militaire dienst (mobilisatie).
* Administratieve argumentatie: De directeur van de markt steunt dit verzoek. Hij baseert zijn advies op "billijkheid" (redelijkheid) en verwijst naar Artikel 36 van de vigerende verordening voor marktgelden.
* Berekening: Het jaarbedrag was 12 gulden. De directeur stelt voor om alleen de kosten voor de eerste drie maanden (januari t/m maart) in rekening te brengen tegen het maandtarief (f 1,25 per maand voor eigenaar plus personeel), wat neerkomt op f 3,75. Het restant van f 8,25 dient te worden gerestitueerd.
* Toon: De brief is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging"). * Historisch moment: De brief is gedateerd op 30 maart 1940. Dit is minder dan zes weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Nederland was op dat moment al sinds augustus 1939 in staat van mobilisatie.
* Maatschappelijke impact mobilisatie: Dit document illustreert de directe economische gevolgen van de mobilisatie voor kleine ondernemers. Mannen die hun gezin en zaak moesten achterlaten om het land te dienen, kwamen vaak in financiële problemen. De verkoop van de zaak door Stoel op 11 maart 1940 wijst op de onmogelijkheid om zijn bedrijf voort te zetten tijdens zijn militaire dienst.
* Locatie: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd anders dan "Alhier", duiden de straatnaam (Crijnssenstraat) en de verwijzing naar "de Centrale Markt" onomstotelijk op Amsterdam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren destijds cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad.
* Rechtvaardigheid: Het document toont aan dat de Amsterdamse bureaucratie, ondanks de oorlogsdreiging, oog hield voor individuele gevallen waarin de letter van de wet (jaarbetaling) botste met de billijkheid door overmacht.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een ondernemer (H.J. Stoel) vraagt om gedeeltelijke terugbetaling van zijn jaarlijkse toegangsgeld voor de Centrale Markt. De reden hiervoor is dat hij zijn bedrijfsactiviteiten moest staken omdat hij werd opgeroepen voor militaire dienst (mobilisatie).
  • Administratieve argumentatie: De directeur van de markt steunt dit verzoek. Hij baseert zijn advies op "billijkheid" (redelijkheid) en verwijst naar Artikel 36 van de vigerende verordening voor marktgelden.
  • Berekening: Het jaarbedrag was 12 gulden. De directeur stelt voor om alleen de kosten voor de eerste drie maanden (januari t/m maart) in rekening te brengen tegen het maandtarief (f 1,25 per maand voor eigenaar plus personeel), wat neerkomt op f 3,75. Het restant van f 8,25 dient te worden gerestitueerd.
  • Toon: De brief is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging").

Historische Context

  • Historisch moment: De brief is gedateerd op 30 maart 1940. Dit is minder dan zes weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Nederland was op dat moment al sinds augustus 1939 in staat van mobilisatie.
  • Maatschappelijke impact mobilisatie: Dit document illustreert de directe economische gevolgen van de mobilisatie voor kleine ondernemers. Mannen die hun gezin en zaak moesten achterlaten om het land te dienen, kwamen vaak in financiële problemen. De verkoop van de zaak door Stoel op 11 maart 1940 wijst op de onmogelijkheid om zijn bedrijf voort te zetten tijdens zijn militaire dienst.
  • Locatie: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd anders dan "Alhier", duiden de straatnaam (Crijnssenstraat) en de verwijzing naar "de Centrale Markt" onomstotelijk op Amsterdam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren destijds cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad.
  • Rechtvaardigheid: Het document toont aan dat de Amsterdamse bureaucratie, ondanks de oorlogsdreiging, oog hield voor individuele gevallen waarin de letter van de wet (jaarbetaling) botste met de billijkheid door overmacht.

Locaties

Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd anders dan "Alhier" duiden de straatnaam (Crijnssenstraat) en de verwijzing naar "de Centrale Markt" onomstotelijk op Amsterdam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren destijds cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad.

Kooplieden in dit dossier 100