Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 315
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief.

27 juni 1934 (handgeschreven als 27.6.'34). Van: De Directeur (waarnemend).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief. 27 juni 1934 (handgeschreven als 27.6.'34). De Directeur (waarnemend). [Stempel/Handschrift linksboven:]
No. 18/126

[Stempel midden:]
M. 1934

[Handschrift midden:]
extra

[Rechtsboven:]
P/B
27.6. '34

[Linkermarge:]
2

[Adres:]
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,

A L H I E R .

[Body:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 14 dezer om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat ik mij in principe met de in dit stuk voorgestelde gedragslijn kan vereenigen, met dien verstande, dat zij alleen zal worden gevolgd ten aanzien van schulden wegens standplaatsgeld, die op 1 Sept. a.s. niet ouder zijn dan drie jaren; zulks ingevolge het bepaalde in art. 295 Gemeentewet. Ten deze ware nog het advies in te winnen van den Directeur der Gemeentebelastingen.

In bijlage dezes wordt overgelegd een lijst van personen, die sedert 1 Sept. 1931 nalatig zijn gebleven in de betaling van het standplaatsgeld, met de bedragen hunner schuld.

[Ondertekening:]
De Directeur,
wnd. * Onderwerp: De afhandeling van achterstallige betalingen voor standplaatsgeld (marktgelden).
* Kernboodschap: De waarnemend directeur stemt in met een voorgestelde werkwijze voor het innen van schulden, maar stelt een strikte beperking voor: er mag maximaal drie jaar terug worden gegaan in de tijd (tot 1 september 1931).
* Wettelijke basis: De directeur verwijst expliciet naar artikel 295 van de Gemeentewet om deze verjaringstermijn van drie jaar te onderbouwen.
* Procedure: Het document is een reactie op een "kantbrief" (een korte ambtelijke notitie in de marge van een ander document) van 14 juni. De directeur adviseert tevens om ook de Directeur der Gemeentebelastingen om advies te vragen, wat duidt op een zorgvuldige ambtelijke afstemming.
* Bijlage: Er wordt verwezen naar een bijgevoegde lijst van debiteuren die sinds september 1931 niet hebben betaald. Dit document stamt uit 1934, midden in de Grote Depressie. In deze periode van economische malaise hadden veel marktkooplieden en kleine ondernemers moeite om hun vaste lasten, zoals standplaatsgelden voor de markt, te voldoen. De overheid moest balanceren tussen het handhaven van de belastinginkomsten en de sociale realiteit van de armoede.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die vaak voorkwam in grotere steden (zoals Amsterdam) en verantwoordelijk was voor de marktwezen en de voedselvoorziening. Het gebruik van de term "ALHIER" in de adressering bevestigt dat de correspondentie binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat plaatsvond. De verwijzing naar de Gemeentewet laat zien hoe ambtelijke processen in die tijd strikt juridisch werden ingekaderd om precedenten of onrechtmatige invordering te voorkomen.

Samenvatting

  • Onderwerp: De afhandeling van achterstallige betalingen voor standplaatsgeld (marktgelden).
  • Kernboodschap: De waarnemend directeur stemt in met een voorgestelde werkwijze voor het innen van schulden, maar stelt een strikte beperking voor: er mag maximaal drie jaar terug worden gegaan in de tijd (tot 1 september 1931).
  • Wettelijke basis: De directeur verwijst expliciet naar artikel 295 van de Gemeentewet om deze verjaringstermijn van drie jaar te onderbouwen.
  • Procedure: Het document is een reactie op een "kantbrief" (een korte ambtelijke notitie in de marge van een ander document) van 14 juni. De directeur adviseert tevens om ook de Directeur der Gemeentebelastingen om advies te vragen, wat duidt op een zorgvuldige ambtelijke afstemming.
  • Bijlage: Er wordt verwezen naar een bijgevoegde lijst van debiteuren die sinds september 1931 niet hebben betaald.

Historische Context

Dit document stamt uit 1934, midden in de Grote Depressie. In deze periode van economische malaise hadden veel marktkooplieden en kleine ondernemers moeite om hun vaste lasten, zoals standplaatsgelden voor de markt, te voldoen. De overheid moest balanceren tussen het handhaven van de belastinginkomsten en de sociale realiteit van de armoede.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die vaak voorkwam in grotere steden (zoals Amsterdam) en verantwoordelijk was voor de marktwezen en de voedselvoorziening. Het gebruik van de term "ALHIER" in de adressering bevestigt dat de correspondentie binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat plaatsvond. De verwijzing naar de Gemeentewet laat zien hoe ambtelijke processen in die tijd strikt juridisch werden ingekaderd om precedenten of onrechtmatige invordering te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →