Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 9 april 1940 (gebaseerd op aantekening rechtsboven) / 11 april 1940 (datumstempel). Egbert Walet, Bellamyplein 34 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de Directie van de Gemeentetram Amsterdam (gezien de referentie naar een "maandkaart" en "ventnummer"). [Stempel linksboven:]
№ 53/16/1 M.1940 11/4
[Aantekeningen rechtsboven in potlood/pen:]
niet [?]
9.4. '40.
P. v. Meijer [?]
Amsterdam.
WelEd Heeren Directeuren
Ondergetekende komt met het beleefd verzoek tot Uw Ed aangezien hij j.l Zaterdag een aanzegging kreeg om Maandag in de Militaire Dienst te treden en zoodoende genoodzaakt was zijn maandkaart in te leveren, of hij in aanmerking zoude mogen komen om het resterende bedrag terug te mogen ontvangen.
Hopende op een Gunstig antwoord van Uw Ed te mogen ontvangen
Egbert Walet Bellamyplein 34 II
Ventnummer Serie 6. № 265. Amsterdam * Onderwerp: Restitutieverzoek voor een abonnementskaart (maandkaart) wegens plotselinge oproep voor militaire dienst.
* Taalgebruik: Formeel en eerbiedig ("WelEd Heeren Directeuren", "beleefd verzoek", "Uw Ed"). Dit was de standaard voor correspondentie met officiële instanties in die tijd.
* Sociaal-economische details: De afzender vermeldt een "Ventnummer" (Serie 6. № 265). Dit duidt erop dat Egbert Walet waarschijnlijk een straatverkoper of ambulante handelaar was. Voor dergelijke beroepen was een vergunning en vaak een vervoersbewijs voor de tram noodzakelijk om goederen te kunnen verhandelen in de stad.
* Tijdlijn: De brief is geschreven kort na een "aanzegging" op een zaterdag, met de plicht om de maandag daarop in dienst te treden. Dit document stamt uit april 1940, exact één maand voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Hoewel de algehele mobilisatie in Nederland al sinds augustus 1939 van kracht was, werden er in de loop van 1940 nog steeds individuele mannen opgeroepen of overgeplaatst naar actieve dienst naarmate de spanningen aan de grens toenamen.
De brief is een tastbaar voorbeeld van hoe de dreigende oorlog en de militaire paraatheid ingrepen in het dagelijks leven van gewone Amsterdammers. Voor een kleine zelfstandige (zoals een venter) was het terugkrijgen van het resterende geld van een maandkaart financieel van belang, aangezien zijn inkomstenbron wegviel door de dienstplicht. De locatie, het Bellamyplein in de Kinkerbuurt (Oud-West), was destijds een typische volksbuurt.