Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 373
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel rapport / Dienstmededeling van het Marktwezen Amsterdam.

12 maart 1940 (met administratieve aantekeningen tot 17 april 1940).

Origineel

Officieel rapport / Dienstmededeling van het Marktwezen Amsterdam. 12 maart 1940 (met administratieve aantekeningen tot 17 april 1940). (Getypt gedeelte)

No 53/17/1 M. 1940 16/4
R A P P O R T

W. Mooyen, oud 28 jaar en wonende Palmstraat 58 huis alhier, verzoekt om een toegangskaart voor de Centr: Markt als overkruier.
Mooyen is ongehuwd en bij zijn moeder, die sedert eenigen tijd weduwe is, inwonend. Ook is hij ongeveer zeven jaar zonder werk. Mooyen wil op de Centr: Markt zijn broer Chr. Mooyen, die als kooper toegang heeft en tevens vaste standplaatshouder is op de dagmarkt aan de Lindengracht, behulpzaam zijn. Hiervoor ontvangt hij dan van dezen eenige vergoeding. De opzichter van bovengenoemde markt verklaarde, dat het hem bekend was, dat Mooyen zijn broer helpt. In de administratie van Maatsch: Steun is omtrent W. Mooyen niets bekend.

12 Maart 1940
Controleur,
[Handtekening: Velthoven]

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.

(Handgeschreven toevoegingen)

Rechtsboven:
opbergen
afh. '40 VS
17/4 '40
ayp [Paraaf]

Linksonder:
[Handtekening/Paraaf]
W Mooyen
Overkruierskaart
no. 102, uitgereikt 13/3. '40
[Paraaf]

Rechtsonder:
Kan overeenkomstig
verzoek worden
afgehandeld
Gez. 13/4. '40 Dit document biedt een gedetailleerd beeld van de sociale en economische omstandigheden in Amsterdam, vlak voor de Duitse inval in mei 1940.

  • Sociale nood: De aanvrager, W. Mooyen, is 28 jaar en woont bij zijn moeder in de Jordaan (Palmstraat). Het feit dat hij al zeven jaar werkloos is, getuigt van de aanhoudende gevolgen van de economische crisis van de jaren '30.
  • Informele economie: Om te overleven probeert Mooyen aan de slag te gaan als 'overkruier' voor zijn broer. Een overkruier was iemand die goederen op een kruiwagen of handkar transporteerde. Dit was zwaar fysiek werk, vaak verricht door mannen die elders geen werk konden vinden.
  • Bureaucratische controle: De overheid controleerde dergelijke aanvragen streng. Er werd gecheckt bij de marktopzichter en bij de instelling voor 'Maatschappelijke Steun'. Dit laatste gebeurde waarschijnlijk om te controleren of er geen sprake was van fraude met uitkeringen of om de behoeftigheid van de aanvrager vast te stellen.
  • Afhandeling: Hoewel het rapport op 12 maart is opgesteld, blijkt uit de kantlijn dat de kaart (no. 102) de volgende dag al werd uitgereikt. De definitieve administratieve afhandeling volgde in april. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Toegang tot dit terrein was strikt gereglementeerd; men had een officiële pas nodig om er te mogen werken of inkopen te doen. De familie Mooyen was blijkbaar een typische Amsterdamse marktfamilie: de ene broer had een officiële standplaats op de nabijgelegen Lindengracht, de andere broer probeerde als sjouwer (overkruier) bij te dragen aan het gezinsinkomen. Het document illustreert hoe familiebanden essentieel waren voor economische overleving in een tijd van massale werkloosheid.

Samenvatting

Dit document biedt een gedetailleerd beeld van de sociale en economische omstandigheden in Amsterdam, vlak voor de Duitse inval in mei 1940.

  • Sociale nood: De aanvrager, W. Mooyen, is 28 jaar en woont bij zijn moeder in de Jordaan (Palmstraat). Het feit dat hij al zeven jaar werkloos is, getuigt van de aanhoudende gevolgen van de economische crisis van de jaren '30.
  • Informele economie: Om te overleven probeert Mooyen aan de slag te gaan als 'overkruier' voor zijn broer. Een overkruier was iemand die goederen op een kruiwagen of handkar transporteerde. Dit was zwaar fysiek werk, vaak verricht door mannen die elders geen werk konden vinden.
  • Bureaucratische controle: De overheid controleerde dergelijke aanvragen streng. Er werd gecheckt bij de marktopzichter en bij de instelling voor 'Maatschappelijke Steun'. Dit laatste gebeurde waarschijnlijk om te controleren of er geen sprake was van fraude met uitkeringen of om de behoeftigheid van de aanvrager vast te stellen.
  • Afhandeling: Hoewel het rapport op 12 maart is opgesteld, blijkt uit de kantlijn dat de kaart (no. 102) de volgende dag al werd uitgereikt. De definitieve administratieve afhandeling volgde in april.

Historische Context

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Toegang tot dit terrein was strikt gereglementeerd; men had een officiële pas nodig om er te mogen werken of inkopen te doen. De familie Mooyen was blijkbaar een typische Amsterdamse marktfamilie: de ene broer had een officiële standplaats op de nabijgelegen Lindengracht, de andere broer probeerde als sjouwer (overkruier) bij te dragen aan het gezinsinkomen. Het document illustreert hoe familiebanden essentieel waren voor economische overleving in een tijd van massale werkloosheid.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 100