Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 24 mei 1940. [Linksboven, gestempeld/handgeschreven:]
Nº 53/23/3 M. 1940 +
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw.
[Getypt:]
No. 53/6 L.M. 1940.
Teruggave van entréegeld Centrale Markt aan een tuinder.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 24 Mei 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 16 Mei 1940, No. 53/23/2 M;
Gelet op artikel 36 van de Verordening op de heffing van Markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan A.Th. van Weerdenburg, tuinder op de Centrale Markt op gronden van billijkheid teruggave van entréegeld te verleenen tot een bedrag groot ƒ 2.-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (4 stuks) en Financiën (2 stuks).
Sh.
[handgeschreven paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Het betreft een administratieve afhandeling waarbij een tuinder, de heer A.Th. van Weerdenburg, een bedrag van twee gulden (ƒ 2.-) terugbetaald krijgt. Dit bedrag was oorspronkelijk betaald als entreegeld voor de Centrale Markt.
Het besluit is genomen op basis van "billijkheid" (redelijkheid), wat suggereert dat er een specifieke, wellicht niet strikt reglementaire reden was om het geld terug te geven. De juridische grondslag is artikel 36 van de toenmalige Verordening op de marktgeldheffing. Opvallend is de gecombineerde portefeuille van de betrokken wethouder: Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De datum van het besluit, 24 mei 1940, is historisch zeer relevant. Dit is slechts tien dagen na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie (14/15 mei 1940). De ambtenarij in Amsterdam zette haar werkzaamheden onder de nieuwe Duitse bezetting onmiddellijk voort.
Het rapport waar naar verwezen wordt, dateert van 16 mei 1940, de dag nadat de Duitse troepen Amsterdam binnentrokken. Het feit dat men zich bezighield met de teruggave van twee gulden aan een tuinder, toont aan dat de bureaucratische machine van de gemeente, ondanks de enorme politieke en militaire omwentelingen van die week, gewoon doordraaide. De genoemde secretaris Van Lier was mr. dr. G.A. van Lier, die gedurende de eerste oorlogsjaren aanbleef als gemeentesecretaris.