Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 12 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). [Handgeschreven, linkerbovenhoek:] Verzonden [gevolgd door initialen, mogelijk Ms]
[Rechterbovenhoek:] HG.
[Adresblok:]
den Heer L. Groenteman,
Jodenbreestraat 67 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Kenmerk, linkerzijde:] 53/49/2 M.
[Datum, rechterzijde:] 12 Augustus 1940.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Augustus jl. verzoek ik U zich te willen vervoegen bij den bedrijfschef van mijn dienst, den heer J. Broerse, die kantoorhoudt in de Centrale Hal, No.H.69, des voormiddags tusschen 9 en 10 uur.
De Directeur, Deze brief is een korte, zakelijke oproep aan de heer L. Groenteman om zich te melden bij een bedrijfschef in de "Centrale Hal". De brief is opgesteld in de formele ambtelijke stijl van die tijd ("zich te willen vervoegen", "des voormiddags").
De vermelding van de Centrale Hal, No. H.69 verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. De heer J. Broerse wordt genoemd als de contactpersoon/bedrijfschef. De brief is een reactie op een schrijven van Groenteman van vijf dagen eerder (7 augustus 1940). Het betreft hier een administratieve handeling, mogelijk gerelateerd aan een vergunning, een standplaats of werkzaamheden op de markt. De datum van de brief, 12 augustus 1940, is cruciaal voor de historische context. Dit is slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de grootschalige vervolging op dat moment nog niet in volle gang was, begonnen de eerste beperkingen voor Joodse burgers en ondernemers zich al af te tekenen.
Het adres van de ontvanger, Jodenbreestraat 67 II, bevindt zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Gezien de naam (Groenteman) en het adres is het zeer waarschijnlijk dat de geadresseerde een Joodse Amsterdammer was die werkzaam was in de handel (wellicht groente- en fruithandel, gezien de verwijzing naar de Centrale Markthallen).
In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse handelaren steeds vaker geconfronteerd met beperkende maatregelen op de Amsterdamse markten, zoals het verbod om op bepaalde plaatsen te handelen of de verplichting om zich te registreren. Dit document vormt een klein maar tastbaar onderdeel van de bureaucratische interactie tussen een Joodse burger en de lokale overheid in het begin van de bezettingstijd. J. Broerse L. Groenteman Marktwezen