Dienstbrief/Correspondentie.
Origineel
Dienstbrief/Correspondentie. 2 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Levensmiddelen of een gerelateerde afdeling). [Rechtsboven, handgeschreven in inkt:]
1 ex. hr. Müller
1 ex. hr. v. Buren
[Midden boven:]
HG.
[Linksboven:]
10/49/1 M.
[Midden boven de datum, handgeschreven in potlood:]
Verzonden 2/11-'39
[Rechtsmidden, getypt:]
2 November 1939.
[Midden, geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat voor het jaar 1940 een persoonlijke dienstkaart voor de Gemeentetram, geldig op alle dagen en uren, wordt verstrekt aan den directeur van het Marktwezen.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Linksonder, in rode cirkel, handgeschreven in roodkrijt:]
10/52/1 M 7/12/40 WG
voor 1941
voor denzelfden. * Onderwerp: Een formeel verzoek voor de toewijzing van een gratis tramabonnement (dienstkaart) voor de directeur van het Marktwezen voor het kalenderjaar 1940.
* Toon: Zeer formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke hiërarchie van die tijd.
* Administratieve sporen:
* De handgeschreven aantekeningen bovenin geven aan naar welke ambtenaren (Müller en Van Buren) kopieën zijn gestuurd.
* De rode aantekening linksonder is een jaar later toegevoegd (7 december 1940). Het bevat een nieuw referentienummer (10/52/1 M) en geeft aan dat dezelfde procedure is herhaald voor het jaar 1941 voor dezelfde persoon.
* Status: Het document is een verzonden doorslag of een gearchiveerd origineel van een interne gemeentelijke aanvraag. Dit document stamt uit november 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was in de omringende landen al begonnen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in die tijd, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de aanstaande distributie (rantsoenering).
Het "Marktwezen" hield toezicht op de handel op de markten, wat essentieel was voor de voedselketen in de stad. Een "dienstkaart voor de Gemeentetram" was een gebruikelijk extraatje voor hoge functionarissen om zich efficiënt door de stad te kunnen verplaatsen voor hun werk. De rode aantekening uit december 1940 laat zien dat, ondanks het feit dat de Duitse bezetting toen al een half jaar een feit was, de dagelijkse ambtelijke bureaucratie en de toewijzing van faciliteiten zoals tramkaarten gewoon doorgingen.