Brief / Formele klacht
Origineel
Brief / Formele klacht 1 juli 1940 B. Berlijn, woonachtig aan de Daniël Theronstraat 15-huis, Amsterdam. Het Marktwezen te Amsterdam. $N^o \text{ } 7^2/67// \text{ M. } 1940 \frac{2}{2} .. \dots$
Amsterdam 1 Julie 1940
Aan het Markt wezen te
Amsterdam
Ondergetekende B. Berlijn
~~Dani Theronstraat 15-huis~~
heeft een klacht in te brengen
ik ben ijsventer en vent
in Noord. Schelling woude
en kinselermeer in de week
is het daar erg stil maar
op zondag kan ik daar een
boterham verdienen
maar dan komen daar
een paar ijsventers die de
geheele week in de stad
venten dus geen vergunning
voor Noord hebben dus
u begrijpt wel dat ik daar
door benadeelt word
de markt meester van
schelling woude weet dat ik
daar de geheele week vent
en op zondagmiddag komen
zij daar De auteur van deze brief, B. Berlijn, beklaagt zich over broodroof door collega-ijscomannen. Berlijn heeft een vergunning om te venten in Amsterdam-Noord (specifiek Schellingwoude en bij het Kinselmeer). Hij merkt op dat er doordeweeks nauwelijks iets te verdienen valt in deze buitengebieden, maar dat de zondag een goede dag is.
Zijn klacht betreft ijsventers die normaal gesproken in het centrum ("de stad") werken, maar op zondag naar Noord uitwijken zonder de benodigde vergunning voor dat specifieke gebied. Hij wijst op de onrechtvaardigheid hiervan en voert de lokale marktmeester op als getuige van het feit dat hijzelf wel de hele week in het gebied aanwezig is. De rode onderstrepingen in de tekst zijn vermoedelijk door een ambtenaar aangebracht om de kerngegevens (adres en locaties) snel te kunnen identificeren. Het document is geschreven op 1 juli 1940, kort na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de grote politieke verschuivingen ging het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie door.
Voor kleine zelfstandigen zoals ijsventers was de economische situatie onzeker. De term "een boterham verdienen" moet hier letterlijk genomen worden als het veiligstellen van een basisinkomen. Het Marktwezen was de instantie die toezag op de eerlijke verdeling van standplaatsen en ventvergunningen. In de zomermaanden waren recreatiegebieden zoals Schellingwoude en het Kinselmeer voor ijsverkopers de belangrijkste plekken om de verliezen van de winter en de stille weekdagen goed te maken. B. Berlijn Marktwezen
Samenvatting
De auteur van deze brief, B. Berlijn, beklaagt zich over broodroof door collega-ijscomannen. Berlijn heeft een vergunning om te venten in Amsterdam-Noord (specifiek Schellingwoude en bij het Kinselmeer). Hij merkt op dat er doordeweeks nauwelijks iets te verdienen valt in deze buitengebieden, maar dat de zondag een goede dag is.
Zijn klacht betreft ijsventers die normaal gesproken in het centrum ("de stad") werken, maar op zondag naar Noord uitwijken zonder de benodigde vergunning voor dat specifieke gebied. Hij wijst op de onrechtvaardigheid hiervan en voert de lokale marktmeester op als getuige van het feit dat hijzelf wel de hele week in het gebied aanwezig is. De rode onderstrepingen in de tekst zijn vermoedelijk door een ambtenaar aangebracht om de kerngegevens (adres en locaties) snel te kunnen identificeren.
Historische Context
Het document is geschreven op 1 juli 1940, kort na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de grote politieke verschuivingen ging het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie door.
Voor kleine zelfstandigen zoals ijsventers was de economische situatie onzeker. De term "een boterham verdienen" moet hier letterlijk genomen worden als het veiligstellen van een basisinkomen. Het Marktwezen was de instantie die toezag op de eerlijke verdeling van standplaatsen en ventvergunningen. In de zomermaanden waren recreatiegebieden zoals Schellingwoude en het Kinselmeer voor ijsverkopers de belangrijkste plekken om de verliezen van de winter en de stille weekdagen goed te maken.