Pagina uit een vakblad of pamflet (waarschijnlijk een uitgave van het *Nederlandsch Verbond van Markt- en Straatkooplieden*).
Origineel
Pagina uit een vakblad of pamflet (waarschijnlijk een uitgave van het Nederlandsch Verbond van Markt- en Straatkooplieden). Omstreeks juni 1939 (gebaseerd op tekstuele referenties naar "4 Juni", "26 Mei" en "Januari 1939"). [KADER LINKSBOVEN]
GEEFT DIT BLAD
na lezing, indien ge het niet bewaart, aan een on- of verkeerd georganiseerde en bespreekt met hem den inhoud.
[KOLOM 1]
der plaatselijke organisaties. De aangesloten plaatselijke organisaties moeten in de plaats hunner vestiging een zoo sterk mogelijke activiteit kunnen ontplooien. Dit moet wel in het bijzonder tot uitdrukking komen in de financieele verhouding tusschen de aangesloten organisaties en het Ned. Verbond. Want een landelijke organisatie, wiens bestaansmogelijkheid wordt gevormd door het practisch tot stand brengen van de zelfwerkzaamheid der bij haar aangesloten organisaties, ondergraaft in feite haar eigen bestaan.
Met deze vlag in top hopen wij de in te slagen vele vereenigingen in den lande tot ons Ned. Verbond te brengen. Een belangrijke bijdrage in deze zal tot stand komen als met ingang van Januari 1939, inplaats van 4 kleine maandbladen, gelijk deze thans door 4 der aangesloten organisaties worden uitgegeven, een uitgebreid maandblad door het Ned. Verbond zal worden uitgegeven.
Een breed perspectief opent zich, dus met volle kracht vooruit.
L. SEEGERS.
SCHANDELIJKE PRACTIJKER.
Ondanks dat er aan de Centrale Markt veel veranderd is t.o.v. van het opmaken van goederen en het stelen in het gewicht, is het toch nog noodzakelijk dat wij moeilijk-kijken bij aldien men zijn inkoopen doet.
Het gebeurde Zaterdagochtend 4 Juni, dat ondergeteekende bij Jac. Terpunt, welke een standplaats inneemt op de eerste pier, een tonnetje appelen had gekocht voor den prijs van f 4,25. Toen ik echter thuis kwam, heb ik deze ton appelen op mijn wagen geplaatst, en ben ze gaan uitverkoopen. Wat bleek echter? Dat deze ton appelen was opgemaakt op de meest schunnige wijze, niet wat de kwaliteit betreft, maar echter de inhoud.
Het bleek, dat deze koopman dit tonnetje appelen, wat ik had gekocht en wat hij zeker ook wel met de anderen heeft gedaan, had overgepakt. Nu is het overpakken op zichzelf geen bezwaar bij aldien het in de bedoeling ligt bij de grossiers om te zorgen dat de kleinhandelaren geen strop zullen koopen, en dus uit een gepakte kist de rotte en aangestoken producten verwijderen. Want deze grossiers zijn er ook. Wat de bedoelde firma Terpunt echter heeft gepleegd is zoo gemeen en laaghartig, om een kleinhandelaar bewust een strop te verkoopen, dat het noodzakelijk is om deze smerige practijken in ons vakblad te lanceeren, en hiervan tevens den Dienst van het Marktwezen in kennis te stellen.
Wat heeft hij echter gedaan? Dit zal ik even vermelden. Niet minder dan zeven stuks dikke kartonnen bodems op den bodem neergelegd. Zoodat er dus aan den inhoud, welke wij gewend zijn te koopen, wel tien à twaalf pond te kort was.
Waarde vrienden, laat men nu niet van het standpunt uitgaan, dan moet een koopman maar uitkijken, en zeggen, dat kan mij niet gebeuren, dat is onjuist. Het kan ons allemaal gebeuren, en zeer zeker als
[KOLOM 2]
men koopt bij een grossier, waarvan men denkt dat hij safe is, want daarvan verwacht men dan zeker niet wat ondergeteekende bij Terpunt is overkomen. En zoo zullen er ongetwijfeld nog andere bedriegerijen gebeuren, maar waarvan nooit geen openbaarheid wordt gegeven, en juist daarom is het zoo noodzakelijk, dat alle onrechtvaardigheden, die geschieden, bekend worden gemaakt, door middel van ons vakblad, dan weet men tenminste waarmede wij rekening hebben te houden.
Voorloopig wil ik het hierbij laten. Men zij dus gewaarschuwd wanneer men zaken doet.
A. KLOOS.
ONHOUDBARE TOESTAND VOOR DE VENTERS IN DE JAN EVERTTSENSTRAAT.
Dat de ventverordening nieuwe moeilijkheden met zich mede zou brengen, verwonderden ons natuurlijk niet. Vele bepalingen, welke in de verordening zijn gelanceerd, moeten voorkomen worden. Dat deze moeilijkheden overwonnen moeten worden staat voor onze vereeniging natuurlijk vast, ondanks de tegenwerking welke wij van verschillende zijden hebben ondervonden, en alwaar ook thans nog principieele verschillen van practischen aard over blijven bestaan. Dat deze verordening echter moeilijkheden met zich zou brengen, die de venters thans ondervinden in de Jan Evertsenstraat, daarop had niemand gerekend. Wat toch heeft de politie er toe geleid om op een zoodanige manier op te treden tegen de venters? Het is meer dan diep treurig de manier, waarop wordt opgetreden.
Niet alleen dat de menschen in de Jan Evertsenstraat geen minuut rust krijgen, het is echter nog veel erger. Ondanks dat alle venters in het bezit zijn van een door Burgemeester en Wethouders van Amsterdam verleende ventvergunning, worden deze venters als dieren opgejaagd, zelfs wordt hun de mogelijkheid ontnomen om in de Jan Evertsenstraat te kunnen venten. Ik heb enkele dagen zelfstandig geconstateerd, dat op de hoeken der zijstraten politie-agenten stonden geposteerd, en het gewoon den menschen verbood om de Jan Evertsenstraat door te rijden.
Dat deze menschen hierdoor geweldige verliezen hebben geleden, is voor ons, ervaren menschen van de practijk, volkomen te begrijpen. Het is zelfs voorgekomen, dat verschillende aldaar gewend zijnde venters op grond van het feit dat zij angstig zijn voor de vele proces-verbalen welke uitgedeeld worden, hun karren of fietsen met versche handel zoowel bloemen als visch en fruit in de karrenloods hebben moeten laten staan. Wat beteekent dit? Het beteekent voor deze menschen geen verdienste en geen verdienste in onze gezinnen, welke alle van den eenen dag in den anderen moeten leven, honger en anders niet. De meeste venters aldaar hebben dan ook, zij het al wat laat, begrepen dat alléén machtsformatie hierin verbetering kan brengen.
Het bestuur van „Ons Belang”, die deze zaak ten zeerste begrijpt, heeft dan ook direct maatregelen genomen, om zoo spoedig mogelijk een oplossing te vinden. Zij heeft reeds in een op 7 Juni gehouden openbare vergadering met de belanghebbenden over deze gebeurtenis haar volledige medewerking toegezegd. Zij zal er dan ook voor ijveren om zoo spoedig mogelijk aan een dergelijk meedoogenloos optreden een einde te maken.
Maar wat is feitelijk de oorzaak van dit alles. Men hoort natuurlijk allerlei geruchten. Iets zal er wel van waar zijn. Wij gelooven dan ook niet dat de politie vol-
[KOLOM 3]
ledig op eigen initiatief handelt om aan de venters geen enkele mogelijkheid te geven om in de Jan Evertsenstraat op een eerlijke wijze hun brood te verdienen. Veel eerder gelooven wij dat deze razzia geschiedt op verzoek van enkele winkeliers, die vermeenen te worden beconcurreerd door de aldaar ventende venters. Als dit zoo is, of althans aangenomen mag worden, laten wij dan tot de winkeliers zeggen, dat overal waar venters zich concentreeren, ook publiek komt. En dat het altijd zoo is geweest, waar de venters zijn verdreven, ook het publiek niet meer naar toe pleegt te trekken. Omdat het juist de venters zijn, welke het publiek trekken, en zoodoende de mogelijkheid ook ontstaat voor de winkeliers, om meer publiek voor hun etalages te zien. Maar hoe het ook zij, en wat de politie ook aanleiding geeft tot dit optreden, feit is dat men hier weer een groote groep van zelfstandigen bewust of onbewust vernietigd als dit zoo blijft.
Alléén door georganiseerde strijd van alle venters en marktkooplieden kan hier een oplossing brengen.
Daarom vrienden, sluit de gelederen. Wat vandaag in de Jan Evertsenstraat gebeurt, kan morgen in een ander stadsgedeelte plaats vinden. Daarom, ongeorganiseerden, versterkt de rijen. Sluit u aan. Eendracht maakt macht.
A. KLOOS.
KORT VERSLAG.
Oprichting van Nederlandsch Verbond van Markt- en Straatkooplieden in Nederland.
Op 26 Mei werd er in „Krasnapolsky” te Amsterdam onder leiding van het Centraal Comité tot regeling van Markt- en Straatkoopliedenbedrijf een conferentie gehouden, alwaar besloten werd tot het constitueeren van een Nederlandsche Verbond.
Aanwezig waren vijf plaatselijke organisaties, te weten: „Vrede door Recht” te Den Haag: „Ons Belang” te Utrecht:
[KADER MIDDEN]
Werkt mede aan de uitbouw van „Ons Belang”
V.Z.O.D. te Amsterdam; „Ons Belang” te Amsterdam; „Ons Belang” te Schagen.
Nadat de voorzitter van het Centraal Comité, den heer Mok, met een woord van welkom de hoop heeft uitgesproken, dat op dezen avond tot stichting van het Landelijk Verbond zal worden overgegaan, opent hij de vergadering en stelt aan de orde punt II der agenda, goedkeuring van het ontwerp Statuten en Reglement en geeft in de eerste plaats het woord aan den heer Seegers, secretaris van het Comité. Nadat deze een nadere toelichting heeft gegeven over het ontwerp, gaat men over tot discussie. De vertegenwoordiger van V.Z.O.D. maakte enkele opmerkingen van technischen aard. Deze opmerkingen werden tot volle bevrediging beantwoord door den secretaris, en hierna werden de Statuten bekrachtigd door de vertegenwoordigers der alle aanwezige organisaties.
Daarna kwam aan de orde de financieele kwestie, t.o.v. van het onderhoud der nieuwe organisatie. Nadat er eenige technische opmerkingen waren gemaakt over den afdracht der aangesloten organisaties aan het Landelijk Verbond, werd ook deze
[KOLOM 4]
zaak met algemeene stemmen goedgekeurd. Hierna vond de samenstelling van het Bestuur plaats.
Als 1e voorzitter werd gekozen de heer Mok, Den Haag; secr.-penningm. L. Seegers, Amsterdam en G. W. Klein te Utrecht. Deze drie werd opgedragen als dagelijksch bestuur te fungeeren. De volgende bestuurders, welke werden gekozen, zijn: B. Hofman en A. Z. Prins voor V.Z.O.D. te Amsterdam, H. Tibbertsma, voor „Ons Belang” te Amsterdam; E. Danser voor „Vrede door Recht”, te Den Haag.
Vervolgens werd er besloten om den Heer Mr. H. Parfumeur te Den Haag te verzoeken als Rechtskundig Adviseur voor het Landelijk Verbond op te treden. Waarvoor deze zich bereid verklaarde. Als zetel van het Verbond werd Amsterdam als domicilie gekozen.
Vervolgens werd er in principe besloten, om over te gaan tot het uitgeven van een Landelijk Orgaan, en werd aan het dagelijksch Bestuur opgedragen over te gaan tot liquidatie van het „Centraal Comité. Hierna spraken verschillende vertegenwoordigers de hoop uit, dat hier de eerste steen is gelegd voor een stuk Verbond, wiens bestuur in staat zal zijn, op te komen voor de belangen der venters en marktkooplieden Ver. in Nederland! Hierna werd deze oprichtingsvergadering met een hartelijk woord van dank gesloten.
C. v. ZANTEN.
LET OP UW ZAAK!
Het gebeurt herhaaldelijk dat er leden der organisatie bij het Bestuur komen, om reden zij moeilijkheden met den Dienst van het Marktwezen hebben gehad. Waaruit bestaan deze moeilijkheden veelal? Meestal dat hun standplaats zoowel op den openbaren weg, als op de verschillende week- of dagmarkten is ingetrokken. Dat het marktwezen hiervoor haar reden heeft gehad, begrijpen vele betreffenden meestal niet. Want wat gebeurt er bijaldien men nalatig blijft in het betalen van het verschuldigde standplaatsgeld? (Ik wil hier natuurlijk in het midden laten sociale onmacht of nonchalance). Dan krijgt men reglementair van den Dienst een schrijven waarin de belanghebbende wordt gewezen op zijn achterstalligheid in het betalen van het verschuldigde bedrag. En hier zit het hem juist; dan wordt er meestal niet op gereageerd door de kooplieden, en denken dan, het zal wel zoo’n vaart niet loopen. Deze houding is verkeerd vrienden. Hierdoor komt men in moeilijkheden. Ditzelfde geschiedt ook natuurlijk wel met menschen welke door verschillende omstandigheden geen gebruik kunnen maken van hun standplaats, hetzij door persoonlijke verhindering, weinig aanvoer van handel en wat voor andere factoren dan ook. Ook deze krijgen natuurlijk bericht dat zij op de dagmarkten minstens twee maal per week hun plaats moeten innemen.
Het gebeurt dan veelal dat er zelfs na twee of drie waarschuwingen over wordt gegaan tot het intrekken van de betreffende standplaats. Eerst dan wanneer het zoover heeft moeten komen, begrijpt men pas
[KOLOM 5]
in wat voor een moeilijke positie men terecht is gekomen. Men wendt zich dan tot het Bestuur en die moet dan maar probeeren, om deze zaak weer in het reine te brengen. Terwijl, wanneer men vroegtijdig bij het Bestuur was gekomen, zoowel het Bestuur als de betreffende leden deze moeilijkheden hadden bespaard gebleven. Men zij dus op zijn hoede.
HET BESTUUR.
MEDEDEELING VAN DEN KEURINGSDIENST VAN WAREN.
Evenals vorig jaar wil ik bij den aanvang van het consumptieijs-seizoen de aandacht van de bereiders op de noodzakelijkheid van een stipte naleving der voorschriften van het consumptieijsbesluit vestigen.
Om een betrouwbaar product te verkrijgen moeten de volgende wenken nauwkeurig gevolgd worden
1e. Werktuigen en gereedschappen moeten met heet sodawater worden schoongemaakt en nagespoeld met kokend water, daarna laten drogen. Vooral geen vaatdoeken gebruiken.
2e. Slechts naadloos gereedschap behoort gebruikt te worden.
3e. Het geheele mengsel – ook de room – goed doorkoken.
4e. Na het koken moet snel en tot zoo laag mogelijke temperatuur afgekoeld worden.
5e. Consumptieijs, van den vorigen dag overgebleven, eerst opnieuw doorkoken.
6e. Eendeneieren mogen niet worden gebruikt.
7e. Voor bereiding langs den kouden weg slechts goed gepasteuriseerde flesschenmelk of goed doorgekookte melk te gebruiken.
De Directeur van den Keuringsdienst van Waren.
MAATREGELEN TEGEN HET VERVUILEN DER MARKTEN.
Wij hebben het zien aankomen dat tegen het vervuilen der marktterreinen krachtiger zou worden opgetreden. Het heeft ons dan ook niet verbaasd, dat de Dienst voor het Marktwezen in overleg met den Gemeente Reinigingsdienst die maatregelen heeft getroffen, die een einde zullen maken, niet alleen aan het achterlaten van ongelimiteerde hoeveelheden afval en verpakkingsmateriaal, maar ook en bovenal aan het op de straat deponeeren van afval en ander vuil gedurende de markturen. Voor een bona-fide marktkoopman moet het toch een groote verbetering zijn indien zoodanige maatregelen worden getroffen, die als uitkomst zullen hebben dat hij niet meer genoodzaakt zal zijn om een groot gedeelte van den dag in een berg van vuil te verkeeren.
Natuurlijk kunnen wij hierbij eischen stellen aan den Reinigingsdienst. Maar alle maatregelen van den Reinigingsdienst zullen geen snars helpen als ook niet de standplaatshouder zelve medewerkt om
[KOLOM 6]
zijn standplaats rein te houden. Daarom moet de standplaatshouder zorg dragen dat hij zijn vuil en afval niet op het straatdek stort, maar in een mand, kist of zak al naar de samenstelling van het vuil. Op deze wijze houden wij een schoone markt, die de aantrekkingskracht op het publiek zal verhoogen.
Naast dit zeker niet geringe belang staat echter nog een veel grooter belang. Bij eenige marktterreinen is het voorgekomen, dat Burgemeester en Wethouders genoodzaakt werden door de klachten van de bewoners, om tot opheffing van markten te besluiten. Door dergelijke omstandigheden moest de Zaterdagmarkt in de Javastraat naar de Sumatrastraat worden overgebracht en is de markt in de Hasebroekstraat practisch verdwenen.
Het sterke motief, dat in dergelijke acties van de bewoners naar voren werd gebracht bestond hoofdzakelijk in klachten tegen de vervuiling. Het zal dan ook in dit verband van de grootste beteekenis zijn indien de genomen maatregelen tegen de vervuiling der markten tot doeltreffende resultaten zullen leiden. Dit versterkt plaatshouder om aan het bereiken van dit edelter de verplichting van den standdoel ten krachtigste mede te werken.
ARGUS.
[KADER RECHTS]
EEN VERGISSING IS MENSCHELIJK.
Ons bereikte plotseling een klacht, dat door den Dienst voor het Marktwezen aan vergunninghouders voor standplaatsen een bericht was gezonden dat zij hun standplaatsgeld in den vervolge per half jaar bij vooruitbetaling moesten voldoen. Een dergelijke gang van zaken leek ons zoo absurd, dat wij onmiddellijk op onderzoek zijn uitgegaan. Het bleek ons echter, dat de betreffende standplaatshouders zich vergist hebben bij het lezen der betreffende mededeeling. Aan de belanghebbenden werd namelijk medegedeeld, dat vóór 1 Juli a.s. de betaling van het standplaatsgeld nog kan plaatsvinden op het kantoor van den marktopzichter aan het Waterlooplein, doch dat na 1 Juli zulks moet geschieden aan het hoofdkantoor van den Dienst.
Dit staat natuurlijk in verband met het vervallen van de gelegenheid tot betaling van ventgeld. Door dat het ventgeld thans voor een geheel jaar tegelijk wordt betaald, behoeft daar geen ambtenaar dagelijks meer aanwezig te zijn. Men make zich dus niet angstig, het zaakje is in orde.
[KADER RECHTSONDER]
STRAAT-KOOPLIEDEN
behoudt het vertrouwen van het publiek. Geeft eerlijk gewicht, zorgt voor goede waar en nette bediening. * Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke archaïsche spelling (bijv. practijk, financieele, Nederlandsch). De toon is strijdbaar en activistisch, kenmerkend voor de vroege vakbeweging en belangenorganisaties voor kleine zelfstandigen.
* Thematiek: De kern van het document draait om de spanning tussen de informele straathandel en de toenemende regulering door de overheid (Dienst van het Marktwezen, Keuringsdienst van Waren). Er is een duidelijke oproep tot solidariteit ("Eendracht maakt macht") tegenover wat wordt gezien als willekeur van de politie en concurrentie van winkeliers.
* Historische waarde: Het verslag over de oprichting van het landelijke verbond in hotel Krasnapolsky markeert een belangrijk moment in de institutionalisering van de ambulante handel in Nederland. De vermelding van specifieke straten (Jan Evertsenstraat) en markten geeft een gedetailleerd beeld van het Amsterdamse straatleven vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
* Sociale context: Het artikel over de "schandelijke practijker" van grossiers toont de kwetsbaarheid van de kleine koopman aan de onderkant van de handelsketen. De instructies voor ijsbereiding weerspiegelen de opkomende aandacht voor volksgezondheid en hygiëne. Dit document verscheen in een periode van economische onzekerheid en toenemende overheidsbemoeienis. De oprichting van het Nederlandsch Verbond van Markt- en Straatkooplieden was een directe reactie op de noodzaak voor een sterkere juridische en collectieve stem voor venters en marktkooplui. De Jan Evertsenstraat, een belangrijke verkeersader in het toen relatief nieuwe Amsterdam-West, was een brandpunt van conflict; de politie probeerde de doorstroming te bevorderen door venters te weren, terwijl diezelfde venters afhankelijk waren van de loop in die straat voor hun dagelijks brood. De teksten van 'Argus' en 'A. Kloos' fungeren als opiniestukken die de achterban moeten mobiliseren en disciplineren (bijv. wat betreft marktvervuiling) om hun bestaansrecht te verdedigen. A. Kloos B. Hofman E. Danser H. Parfumeur H. Tibbertsma L. Seegers W. Klein Z. Prins Marktwezen Politie