Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 303
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een brief (verzoekschrift/gratieverzoek).

24 april 1940. Van: J. Kist (groentenhandelaar). Dossier: 52/3, 77/8/4

Origineel

Afschrift van een brief (verzoekschrift/gratieverzoek). 24 april 1940. J. Kist (groentenhandelaar). No. 77/8/4 M.1940 29/4 AFSCHRIFT

No. 52/3 L.M.1940 25/4

Amsterdam, 24 April 1940.

WelEdelAchtbare Heer,

Ondergeteekende neemt onder de drang der omstandigheden hiermede de vrijheid zich tot U te wenden. Dinsdagmorgen 16 dezer circa 9 uur v.m. reed ik met mijn handkar met groenten op pier A. Ik bevond mij op weg naar huis, toen ik aan de kant der rijweg een marktkaart zag liggen, welke ik opraapte toen er een briefje van f 10 uitviel. Ik kon de verleiding niet weerstaan om het bij mij te steken. Het is bij ons thuis niet best, de oudste in dienst, de andere van 21 jaar ook zonder werk, welke eerst beide een goede betrekking hadden, zoodoende en omdat ik zonder leesbril niets kon lezen, wat op de kaart stond, beging ik de fout en domheid om het niet aan te geven en de kaart ergens te laten vallen toen reed ik verder, dicht bij den uitgang kwam mij een man achterop, welke mij vroeg, of ik een marktkaart met f 10,- had gevonden en omdat ik de kaart niet meer had, zeide ik neen, wat een groote fout en domheid van mij was, maar ik dacht geen kaart en wel het tientje dat gaat niet op en zoo kwam de eene domheid bij de andere want tegen den contrôleur dorst ik ook niet te zeggen, dat ik hem gevonden had; even daarna zei ik het toch maar, dat ik de kaart maar had laten vallen en toen wij gingen zoeken, wierp ik het briefje van f 10,- ook neer ongeveer op de plaats waar de kaart lag; ik was op van de zenuwen, ik deed net als een kind zoomidioot. Nu heb ik mij voor 2 jaar vergrepen aan 2 leege kisten, nadat men van mij wel 20 kisten had gepakt, waarvoor, zooals U wel weet ik ben gestraft. Wat wij in deze week geleden hebben is niet te beschrijven; ik heb gehoord, dat de man waar de kaart van was niet graag zou willen, dat ik graag gestraft werd, omdat hij ook een gezin heeft. Nu richten mijn gezin en mijn persoon ons tot U met den bede, om nog één maal genade voor recht te laten gelden en mij wel disciplinair maar niet strafrechtelijk te bestraffen daar ik nog nooit, ik ben nu 54 jaar en al van mijn 11e jaar in het groenten-vak, een dag gevangenisstraf heb gehad en wel voor die kisten nog 14 dagen voorwaardelijk zou krijgen, hetwelk ons aller ondergang ten gevolge zou hebben.

Hopende, dat UwEdelAchtbare hierover goedgunstig zult willen beschikken .

Eerbiedig Hoogachtend

w.g. J. Kist. In deze brief richt J. Kist, een 54-jarige Amsterdamse groentenman, een emotioneel verzoek aan een hooggeplaatst ambtenaar of rechter (aangeduid als WelEdelAchtbare Heer). De schrijver bekent eerlijk dat hij op pier A een marktkaart met 10 gulden heeft gevonden en uit pure armoede en wanhoop heeft geprobeerd het geld te houden. De gezinssituatie is precair: zijn oudste zoon is in militaire dienst en een andere zoon is werkloos.

Uit de tekst blijkt een enorme paniek ("ik was op van de zenuwen"). Wanneer hij wordt geconfronteerd, liegt hij eerst, om vervolgens uit schuldgevoel de kaart en het geld weer weg te gooien en uiteindelijk toch te bekennen. De angst van Kist is geworteld in het feit dat hij een "recidivist" is; hij heeft twee jaar eerder een straf gehad voor het ontvreemden van lege kisten. Hij vreest dat een nieuwe strafrechtelijke veroordeling (bovenop een nog lopende voorwaardelijke straf van 14 dagen) het einde van zijn gezin en zijn levensonderhoud zal betekenen. Hij vraagt daarom om een disciplinaire afhandeling in plaats van een strafrechtelijke vervolging. Het document dateert van 24 april 1940, slechts tweeënhalve week voor de Duitse inval in Nederland. De brief schetst een scherp beeld van de sociaaleconomische spanningen in die tijd:
1. Mobilisatie: De vermelding "de oudste in dienst" verwijst naar de Nederlandse mobilisatie (sinds augustus 1939) wegens de dreigende oorlog. Dit betekende vaak een inkomensverlies voor gezinnen.
2. Armoede: Een bedrag van 10 gulden was in 1940 aanzienlijk (vergelijkbaar met de koopkracht van ongeveer 100-150 euro nu), genoeg om iemand in een kwetsbare positie tot diefstal te verleiden.
3. Markttoezicht: Er was streng toezicht op markten (de "contrôleur"). Marktkaarten waren essentiële documenten voor handelaren om hun beroep te mogen uitoefenen.
4. Rechtssysteem: De brief toont de formele, bijna nederige taal waarin burgers in die tijd met de overheid communiceerden, hopend op "genade voor recht". De angst voor de gevangenis was groot, niet alleen vanwege de vrijheidsbeneming, maar ook vanwege het sociale stigma en het verlies van de ventvergunning. A. Ik J. Kist

Samenvatting

In deze brief richt J. Kist, een 54-jarige Amsterdamse groentenman, een emotioneel verzoek aan een hooggeplaatst ambtenaar of rechter (aangeduid als WelEdelAchtbare Heer). De schrijver bekent eerlijk dat hij op pier A een marktkaart met 10 gulden heeft gevonden en uit pure armoede en wanhoop heeft geprobeerd het geld te houden. De gezinssituatie is precair: zijn oudste zoon is in militaire dienst en een andere zoon is werkloos.

Uit de tekst blijkt een enorme paniek ("ik was op van de zenuwen"). Wanneer hij wordt geconfronteerd, liegt hij eerst, om vervolgens uit schuldgevoel de kaart en het geld weer weg te gooien en uiteindelijk toch te bekennen. De angst van Kist is geworteld in het feit dat hij een "recidivist" is; hij heeft twee jaar eerder een straf gehad voor het ontvreemden van lege kisten. Hij vreest dat een nieuwe strafrechtelijke veroordeling (bovenop een nog lopende voorwaardelijke straf van 14 dagen) het einde van zijn gezin en zijn levensonderhoud zal betekenen. Hij vraagt daarom om een disciplinaire afhandeling in plaats van een strafrechtelijke vervolging.

Historische Context

Het document dateert van 24 april 1940, slechts tweeënhalve week voor de Duitse inval in Nederland. De brief schetst een scherp beeld van de sociaaleconomische spanningen in die tijd:
1. Mobilisatie: De vermelding "de oudste in dienst" verwijst naar de Nederlandse mobilisatie (sinds augustus 1939) wegens de dreigende oorlog. Dit betekende vaak een inkomensverlies voor gezinnen.
2. Armoede: Een bedrag van 10 gulden was in 1940 aanzienlijk (vergelijkbaar met de koopkracht van ongeveer 100-150 euro nu), genoeg om iemand in een kwetsbare positie tot diefstal te verleiden.
3. Markttoezicht: Er was streng toezicht op markten (de "contrôleur"). Marktkaarten waren essentiële documenten voor handelaren om hun beroep te mogen uitoefenen.
4. Rechtssysteem: De brief toont de formele, bijna nederige taal waarin burgers in die tijd met de overheid communiceerden, hopend op "genade voor recht". De angst voor de gevangenis was groot, niet alleen vanwege de vrijheidsbeneming, maar ook vanwege het sociale stigma en het verlies van de ventvergunning.

Genoemde Personen 2

Locaties

Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Wortel Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4