Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 474
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag (doorschrijfkopie) van een ambtelijke brief / betalingsherinnering.

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). Aan: Den Heer L.M. Geerling, Albert Cuypstraat 143, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Doorslag (doorschrijfkopie) van een ambtelijke brief / betalingsherinnering. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen Amsterdam). Den Heer L.M. Geerling, Albert Cuypstraat 143, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
Verzonden 20/7
M. Müller
M. de Maar

[Typemachine tekst:]
den Heer L.M.Geerling,
Albert Cuypstraat 143,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 14.

85/41/7 M 20 Juli 1940.

Hiermede bericht ik U, dat U terzake van het plaatsen van kramen op de markt Albert Cuypstraat per 13 Juli jl. een bedrag van f 23,62 aan myn dienst schuldig bent. Teneinde deze aangelegenheid te bespreken, heb ik U verzocht te mynen kantore te komen. U hebt hieraan echter geen gevolg gegeven. Ik deel U daarom thans mede, dat ik onverwyld betaling van het vorenvermelde bedrag verwacht, daar ik anders Burgemeester en Wethouders zal voorstellen de U verleende vergunning voor het plaatsen van kramen in te trekken. U dient dezen brief als een laatste waarschuwing te beschouwen.

De Directeur, Dit document is een formele sommatie aan een marktkoopman genaamd L.M. Geerling. De kern van het geschil is een betalingsachterstand van 23,62 gulden voor staangeld (het plaatsen van kramen) op de Albert Cuypmarkt.

Uit de tekst valt op te maken dat er reeds een eerdere poging tot overleg is geweest ("heb ik U verzocht te mynen kantore te komen"), maar dat de geadresseerde hier niet op is ingegaan. De toon van de brief is dwingend en juridisch van aard. De sanctie die wordt aangekondigd is zwaar: het intrekken van de marktvergunning via een voordracht aan het college van Burgemeester en Wethouders. De brief wordt expliciet aangeduid als een "laatste waarschuwing".

De spelling vertoont kenmerken van de tijd vóór de spellinghervorming van Marchant (zoals "myn", "dezen" en "kantore"), hoewel de overgang in 1940 al gaande was. De datum van de brief, 20 juli 1940, plaatst het document in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke diensten en de bureaucratie in eerste instantie op de gebruikelijke wijze functioneren. Het innen van marktgelden en het handhaven van vergunningen liep door via de bestaande ambtelijke kanalen.

De Albert Cuypmarkt was in 1940 al een centrale plek voor de Amsterdamse handel. Interessant is de vermelding van "Wyk 14", een oude wijkindeling van Amsterdam. Voor de geadresseerde, een bewoner van de Albert Cuypstraat zelf, was de markt niet alleen zijn werkplek maar ook zijn directe leefomgeving. Het bedrag van 23,62 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 25 tot 30 gulden). L.M. Geerling M. de Maar Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een formele sommatie aan een marktkoopman genaamd L.M. Geerling. De kern van het geschil is een betalingsachterstand van 23,62 gulden voor staangeld (het plaatsen van kramen) op de Albert Cuypmarkt.

Uit de tekst valt op te maken dat er reeds een eerdere poging tot overleg is geweest ("heb ik U verzocht te mynen kantore te komen"), maar dat de geadresseerde hier niet op is ingegaan. De toon van de brief is dwingend en juridisch van aard. De sanctie die wordt aangekondigd is zwaar: het intrekken van de marktvergunning via een voordracht aan het college van Burgemeester en Wethouders. De brief wordt expliciet aangeduid als een "laatste waarschuwing".

De spelling vertoont kenmerken van de tijd vóór de spellinghervorming van Marchant (zoals "myn", "dezen" en "kantore"), hoewel de overgang in 1940 al gaande was.

Historische Context

De datum van de brief, 20 juli 1940, plaatst het document in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke diensten en de bureaucratie in eerste instantie op de gebruikelijke wijze functioneren. Het innen van marktgelden en het handhaven van vergunningen liep door via de bestaande ambtelijke kanalen.

De Albert Cuypmarkt was in 1940 al een centrale plek voor de Amsterdamse handel. Interessant is de vermelding van "Wyk 14", een oude wijkindeling van Amsterdam. Voor de geadresseerde, een bewoner van de Albert Cuypstraat zelf, was de markt niet alleen zijn werkplek maar ook zijn directe leefomgeving. Het bedrag van 23,62 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 25 tot 30 gulden).

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 5