Brief / Formele klacht
Origineel
Brief / Formele klacht 22 oktober 1940 Een standplaatshouder (№ 302) van de Uilenburgmarkt Amsterdam. 22. 10 1940
W. Edl. Heer
Als standplaats houder № 302 v/d wekelijks te houden zondags markt Uilenburg, voel ik mij verplicht U een dringende klacht toe te lichten, welke na eindeloos geduld van mij, en anderen kooplieden tot U wordt gericht.
N.l. als volgt: Sinds 1 ½ jaar zoo lang ik wekelijks de plaats die mij jaarlijks door U wordt toegewezen bezoek, is de Firma Cohen plaatser van mijn stal. Doch dezen Firma maakt het voor haar gewoonte omstreeks 10 uur des smorgens haar kramen te gaan verhuren of te wel voor kwart over tien krijgt men na veel drukte gemaakt te hebben geen stal. Om de stal door een anderen Firma te laten plaatsen welke ook zijn kramen op dezen markt verhuurt zou te nadeelen van bovengenoemden Firma zijn, en wordt daardoor niet toegestaan, door dezen merkt men het zoogenaamde monopolistischen karakter wat dezen heeren zich vrijwillig toe-eigenen. Doch 't grootste bezwaar is; dat ik daar zoo door gehinderd wordt, dat mijn verkoop pas om kwart voor elf kan aanvangen.
Ik merk totaal geen verbetering in de situatie in tegendeel. In deze brief beklaagt een marktkoopman zich over de gang van zaken op de zondagsmarkt in de Amsterdamse buurt Uilenburg. De kern van de klacht richt zich op de Firma Cohen, de partij die verantwoordelijk is voor het plaatsen en verhuren van de marktkramen (de 'stal').
De schrijver voert de volgende punten aan:
1. Slechte logistiek: De kramen worden pas zeer laat (tussen 10:00 en 10:15 uur) beschikbaar gesteld.
2. Economische schade: Hierdoor kan de verkoop pas rond 10:45 uur beginnen, wat de effectieve handelstijd aanzienlijk verkort.
3. Monopolievorming: Andere firma's mogen geen kramen plaatsen om de Firma Cohen niet te benadelen, waardoor er een monopoliepositie is ontstaan waar de kooplieden de dupe van zijn.
4. Gebrek aan verbetering: De situatie sleept al anderhalf jaar voort zonder dat er verandering optreedt. De datum van de brief, 22 oktober 1940, is historisch saillant. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De locatie, de Uilenburgmarkt, bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een puur zakelijk/logistiek conflict lijkt te beschrijven tussen een standplaatshouder en een kramenverhuurder (Firma Cohen), vindt dit plaats tegen de achtergrond van de beginnende anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
In deze periode werden de bewegingsvrijheid en de economische mogelijkheden voor Joodse Amsterdammers steeds verder ingeperkt. De Uilenburgmarkt was een vitaal onderdeel van het sociale en economische leven in deze wijk. Documenten als deze geven inzicht in de dagelijkse beslommeringen en de fricties binnen de marktorganisatie vlak voordat de grootschalige ontwrichting van de Joodse gemeenschap door de bezetter in alle hevigheid losbarstte. W. Edl