Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 17
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk schrijven / memo.

20 oktober 1940. Van: T. J. Altink (vermoedelijk ambtenaar bij het Marktwezen).

Origineel

Handgeschreven ambtelijk schrijven / memo. 20 oktober 1940. T. J. Altink (vermoedelijk ambtenaar bij het Marktwezen). Den heer Inspecteur
v.h. Marktwezen. alhier.
No: 05/56/1m '40

Klacht van den heer M. Garris is
juist. Er is bij mij reeds eerder geklaagd
over het te laat opzetten van stallen door den
heer Cohen. Hij is hierover reeds meermalen
door mij hierop gewezen, maar schuift het steeds
af op de knechten. U heeft van mij hiervoor
ook reeds een rapport ontvangen op 19 Augustus '40.
Rekening houdende met de tijdsomstandigheden,
dat de stallenzetters niet in 't donker kunnen werken
wordt het iets later dan gewoonlijk. Maar
uiterlijk 9.30 uur v.m. kunnen de stallen geplaatst
zijn. Het doet mij voorkomen, dat het personeel van
Cohen bepaalde kooplieden om een of andere reden
eerst helpen. In ieder geval kunnen de stallen
om 9.30 uur v.m. staan, daar dit ook 't geval bij de
overige stallenzetters is.

Amsterdam 20 October 1940
[Signatuur] T. J. Altink. * Inhoud: Het document betreft de afhandeling van een klacht van een koopman (Garris) over een stallenzetter (Cohen). De schrijver bevestigt dat de klacht gegrond is en dat Cohen de schuld ten onrechte op zijn personeel afschuift.
* Logistiek: Er wordt een harde deadline gesteld van 09:30 uur voor het gereed hebben van de kramen. De schrijver merkt op dat Cohen's personeel schijnbaar bepaalde kooplieden voortrekt ("eerst helpen").
* Tijdsgeest: De verwijzing naar de "tijdsomstandigheden" en het feit dat men "niet in 't donker kan werken" duidt op de verduisteringsmaatregelen die tijdens de Duitse bezetting van kracht waren. Dit maakte het opbouwen van de markt in de vroege ochtenduren problematisch.
* Personeel: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eigenaar (Cohen) en de "knechten" (het uitvoerend personeel). Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie over marktlogistiek lijkt, is de historische context beladen.

Ten eerste laten de verduisteringsvoorschriften hun sporen na in de dagelijkse economie (het latere aanvangstijdstip van de markt). Ten tweede is de naam "Cohen" in oktober 1940 significant; in deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de Joodse bevolking uit het openbare en economische leven te drukken. De klacht over "voortrekken van bepaalde kooplieden" door een Joodse stallenzetter zou in de gespannen sfeer van die tijd door de autoriteiten zwaarder opgenomen kunnen worden dan in vredestijd. Het document illustreert hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen in de eerste oorlogsmaanden gewoon doordraaide, terwijl de omstandigheden voor Joodse ondernemers snel verslechterden.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft de afhandeling van een klacht van een koopman (Garris) over een stallenzetter (Cohen). De schrijver bevestigt dat de klacht gegrond is en dat Cohen de schuld ten onrechte op zijn personeel afschuift.
  • Logistiek: Er wordt een harde deadline gesteld van 09:30 uur voor het gereed hebben van de kramen. De schrijver merkt op dat Cohen's personeel schijnbaar bepaalde kooplieden voortrekt ("eerst helpen").
  • Tijdsgeest: De verwijzing naar de "tijdsomstandigheden" en het feit dat men "niet in 't donker kan werken" duidt op de verduisteringsmaatregelen die tijdens de Duitse bezetting van kracht waren. Dit maakte het opbouwen van de markt in de vroege ochtenduren problematisch.
  • Personeel: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eigenaar (Cohen) en de "knechten" (het uitvoerend personeel).

Historische Context

Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie over marktlogistiek lijkt, is de historische context beladen.

Ten eerste laten de verduisteringsvoorschriften hun sporen na in de dagelijkse economie (het latere aanvangstijdstip van de markt). Ten tweede is de naam "Cohen" in oktober 1940 significant; in deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de Joodse bevolking uit het openbare en economische leven te drukken. De klacht over "voortrekken van bepaalde kooplieden" door een Joodse stallenzetter zou in de gespannen sfeer van die tijd door de autoriteiten zwaarder opgenomen kunnen worden dan in vredestijd. Het document illustreert hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen in de eerste oorlogsmaanden gewoon doordraaide, terwijl de omstandigheden voor Joodse ondernemers snel verslechterden.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →