Administratief schrijven / Bewijs van verzending.
Origineel
Administratief schrijven / Bewijs van verzending. 24 mei 1940 (met referentie naar 7 april 1940). Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien het onderwerp en adres). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Bev. M. de Boer
[Midden boven:]
DV.
[Linksboven:]
86/24/2 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 24/5-’40.
[Rechtsmidden:]
24 Mei 1940.
[Links:]
Albert Cuypstraat
[Rechts:]
den Heer I. Heiligers,
Rapenburg 76 I,
Amsterdam-C.
Wijk 2.
[Midden:]
Vrijstelling betaling marktgeld
Albert Cuypstraat.
[Midden onder:]
Albert Cuypstraat
7 April 1940
[Onderaan:]
XXXXXXX Het document betreft een administratieve vastlegging of een afschrift van een besluit betreffende de vrijstelling van marktgeld voor een standplaats op de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De geadresseerde, de heer I. Heiligers, woonde op de Rapenburg, een straat in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam.
De structuur is typisch voor een officieel bureau-exemplaar:
* Kenmerken: De code "86/24/2 M." is waarschijnlijk een dossiernummer.
* Verzendnotitie: De handgeschreven aantekening "Verzonden 24/5-’40" bevestigt dat de correspondentie daadwerkelijk is uitgegaan op de datum die rechtsboven getypt staat.
* Referentie: De datum "7 April 1940" onderaan verwijst vermoedelijk naar de ingangsdatum van de vrijstelling of de datum van de oorspronkelijke aanvraag.
* Afsluiting: De reeks X-en onderaan fungeert als een afsluiting van de getypte tekst om latere toevoegingen te voorkomen. De datum van dit document, 24 mei 1940, is historisch zeer relevant. Het is slechts negen dagen na de capitulatie van Nederland aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). Het document illustreert dat het civiele overheidsapparaat in de eerste weken van de bezetting nog grotendeels op de oude voet voortging met de dagelijkse administratieve afhandeling.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Vóór de oorlog waren veel marktkooplieden daar van Joodse afkomst. De geadresseerde, woonachtig op de Rapenburg, bevond zich in een wijk met een grote Joodse populatie. In de loop van de bezetting zouden dergelijke administratieve processen voor Joodse burgers drastisch veranderen door de invoering van anti-Joodse maatregelen, die uiteindelijk zouden leiden tot een verbod voor Joden om op markten te staan. Dit specifieke document lijkt echter nog een reguliere, pre-bezettingsgerelateerde administratieve handeling te weerspiegelen.