Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag 19 april 1940. [Linksboven in potlood:]
M. 1940 22/4
[Rechtsboven handgeschreven:]
Markten
Fr. Rüfler [?]
[Rond stempel met symbool]
No. 63/14 L.M. 1940.
Teruggave van ventgeld op gronden van billijkheid.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 19 April 1940.
Op voorstel en Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen :
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het schrijven dd. 4 April 1940 van J.F. Hoofwerf, venter, die teruggave van ventgeld verzoekt op grond van de omstandigheid, dat hij, door de mobilisatie in werkelijken militairen dienst vertoevende, geen gebruik kan maken van zijn ventvergunning serie 13 no. 68;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan J.F. Hoofwerf, militair Staf I – 5 R.I. 4e L.K. Veldpostkantoor 4, op gronden van billijkheid teruggave van ventgeld te verleenen tot een bedrag van f. 3.-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
dj
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Linksonder handgeschreven aantekeningen:]
Terugbetaald fl. 3
Kassier [onleesbaar] 1551
[Initialen?] * Juridische grondslag: Het besluit is gebaseerd op "gronden van billijkheid" en Artikel 36 van de geldende verordening. Dit duidt erop dat er geen strikte wettelijke verplichting was tot terugbetaling, maar dat de gemeente uit moreel oogpunt handelde vanwege de bijzondere omstandigheden.
* Bedrag: Het betreft een bescheiden bedrag van 3 gulden (f. 3.-), wat destijds echter voor een kleine ondernemer (venter) een substantiële som kon zijn.
* Administratieve proces: Het document toont de bureaucratische zorgvuldigheid; afschriften gaan naar meerdere gemeentelijke afdelingen (Levensmiddelen en Financiën). De handgeschreven nota linksonder bevestigt dat de daadwerkelijke uitbetaling door de kassier heeft plaatsgevonden.
* Persoonlijk detail: De verzoeker, J.F. Hoofwerf, wordt nauwkeurig geïdentificeerd met zijn militaire rang en eenheid: "Staf I – 5 R.I. 4e L.K. Veldpostkantoor 4". Dit document stamt uit een zeer kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis: april 1940. Nederland was op dat moment al maanden gemobiliseerd in afwachting van een mogelijke Duitse aanval, die uiteindelijk op 10 mei 1940 zou plaatsvinden (slechts drie weken na dit besluit).
Het document illustreert de directe impact van de mobilisatie op het dagelijks leven van gewone burgers. J.F. Hoofwerf, die in het burgerleven als "venter" (straatverkoper) zijn brood verdiende, kon zijn beroep niet meer uitoefenen omdat hij onder de wapenen was geroepen. De gemeente Amsterdam toont hier een sociale houding door de reeds betaalde leges voor zijn ventvergunning terug te storten. Het is een tastbaar bewijs van hoe de overheid in de laatste weken voor de bezetting nog probeerde de administratieve en financiële lasten voor haar burgers in militaire dienst te verlichten.