Archiefdocument
Origineel
3 januari 1940. De Directeur van het Marktwezen, gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14 (Centrale Markthallen). [Logo: Drie Andreaskruisen van Amsterdam in een gestileerd kasteel/poort]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.
Verzonden 3/1-'40 [handgeschreven]
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 90/2/1 M. [ingevuld op typmachine]
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 3 Januari 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer S.Speyer,
Waterlooplein 25 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Mosplein regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op Vrijdag, 5 Januari a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Ongetekend]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een officiële oproep van de Amsterdamse gemeentelijke dienst 'Marktwezen'. De ontvanger, de heer S. Speyer, wordt gesommeerd om te verschijnen voor een gesprek met de inspecteur. De reden hiervoor is dat hij zijn vaste marktplaats op het Mosplein (in Amsterdam-Noord) niet regelmatig heeft bezet, ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing.
Volgens artikel 11 van het destijds geldende Marktreglement was regelmatige aanwezigheid verplicht; bij verzuim kon de vergunning worden ingetrokken. De brief is een stap in de administratieve procedure: de directeur kondigt aan dat hij van plan is de vergunning in te trekken, maar geeft de heer Speyer nog de gelegenheid om zijn zaak te bepleiten of uitleg te geven tijdens een hoorzitting op 5 januari 1940. De datum van de brief, 3 januari 1940, is historisch saillant. Het is slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Op dit moment functioneert de Amsterdamse bureaucratie nog op normale, vooroorlogse wijze.
De adresgegevens en de naam van de geadresseerde wijzen op een tragische context. S. Speyer woonde op het Waterlooplein 25, in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Speyer (geboren in 1891) inderdaad op dit adres woonde en van beroep koopman was. Hij is in 1943 in Sobibor vermoord.
Voor Joodse marktkooplieden was de handel op de Amsterdamse markten van essentieel belang voor hun levensonderhoud. In de jaren dertig was er sprake van toenemende economische druk. Na de Duitse bezetting in mei 1940 zouden deze kooplieden al snel geconfronteerd worden met discriminerende maatregelen, zoals de verbanning naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten" en uiteindelijk een totaal verbod op handel, gevolgd door deportatie. Dit document toont de laatste fase van de "normale" administratieve druk waar een kleine zelfstandige in Amsterdam mee te maken kreeg, vlak voordat de wereld voor de Joodse bevolking definitief zou veranderen.