Archiefdocument
Origineel
[Briefhoofdstempel met wapen van Amsterdam]
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 90/3/3 M.
BIJLAGE [leeg]
ONDERWERP: [leeg]
AMSTERDAM (W.) 4 Januari 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14
[Handgeschreven rechtsboven:] Verzonden 4/1 - '40
AAN den Heer S. Speyer,
Waterlooplein, 25 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Mosplein te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór op 6 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 13 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. * Juridische grondslag: De brief beroept zich op artikel 11 van het 'Reglement op de Markten'. Dit artikel gaf de directeur van het Marktwezen de bevoegdheid om standplaatsen in te trekken als de verschuldigde gelden niet tijdig werden voldaan.
* Termijnen: De brief is gedateerd op 4 januari. De koopman krijgt slechts twee dagen (tot 6 januari) om te betalen, en de definitieve intrekking staat gepland voor 13 januari. Dit wijst op een strak handhavingsbeleid.
* Sociale clausule: De brief vermeldt expliciet dat uitzonderingen mogelijk zijn bij "steun" (bijstand) of ziekte. Dit geeft een inkijkje in de sociaaleconomische omstandigheden van marktkooplieden in die tijd; armoede en ziekte waren reële factoren die de betalingscapaciteit beïnvloedden.
* Administratieve efficiëntie: Het gebruik van 'Model No. 8' toont aan dat dit soort wanbetalingen een dusdanig frequent probleem waren dat er gestandaardiseerde formulieren voor werden gedrukt (in dit geval een oplage van 10.000 stuks in juni 1938). * Tijdsbeeld: De brief is verstuurd in januari 1940, tijdens de 'Schemeroorlog' (Phoney War), slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De bureaucratische molens van Amsterdam draaiden op dat moment nog op de gebruikelijke vooroorlogse wijze.
* Locatie: De heer Speyer woonde aan het Waterlooplein, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Zijn standplaats bevond zich echter op het Mosplein in Amsterdam-Noord. Dit betekende dat hij dagelijks de oversteek over het IJ moest maken.
* Persoonsgeschiedenis: De achternaam Speyer is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. In de archieven van de Jodenvervolging komen meerdere personen met de naam S. Speyer voor die op of nabij het Waterlooplein woonden. Dergelijke documenten zijn vaak de laatste sporen van het 'normale' leven (bedrijfsvoering, reglementen, dagelijkse zorgen) voordat de bezettingsmaatregelen de Joodse marktkooplieden hun nering en uiteindelijk hun leven ontnamen.