Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 122
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte zakelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie) met handgeschreven annotaties.

6 februari 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken).

Origineel

Getypte zakelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie) met handgeschreven annotaties. 6 februari 1940. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken). [Linksboven, getypt:] vP/HG.
[Links, handgeschreven/stempel:] 8.
[Links, handgeschreven/stempel:] 90/5/17 M.
[Rechtsboven, handgeschreven:] 2 ex. M. de Boer.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 7/2-'40.
[Rechts, getypt:] 6 Februari 1940.

den Heer B. Schniedewind,
Prins Hendrikstraat 18,
H I L L E G O M .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Januari jl.
verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie weken na dato
dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op
de markt Mosplein te bezetten. Aangezien de U verleende onder-
steuning niet als volledige ondersteuning is aan te merken en
het U geoorloofd is om inkomsten uit arbeid te trekken kan Uw
verzoek om vrijstelling van betaling van marktgeld niet voor
inwilliging in aanmerking komen. U moet derhalve zorgdragen,
dat het, ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld
wekelijks wordt betaald.

De Directeur, Deze brief is een officiële reactie op een verzoek van de heer Schniedewind uit Hillegom. Hij had blijkbaar gevraagd om tijdelijk niet op de markt op het Mosplein (Amsterdam-Noord) te hoeven staan en om gedurende die tijd geen staangeld (marktgeld) te hoeven betalen.

De directeur gaat gedeeltelijk akkoord: Schniedewind krijgt maximaal drie weken verlof van zijn bezettingsplicht. Echter, het verzoek om vrijstelling van betaling wordt resoluut afgewezen. De argumentatie hiervoor is strikt bureaucratisch: omdat de heer Schniedewind slechts "gedeeltelijke ondersteuning" (sociale steun) ontvangt en hij daarnaast neveninkomsten mag genereren, wordt hij geacht de financiële lasten van zijn marktkraam te kunnen blijven dragen, ook als hij er niet staat. De brief benadrukt dat hij moet zorgen dat de wekelijkse betalingen doorgaan tijdens zijn afwezigheid.

De handgeschreven notitie "Verzonden 7/2-'40" duidt op de administratieve verwerkingstijd van één dag na de datering van de brief. Het document dateert van februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land in een staat van mobilisatie en waren de economische gevolgen van de crisisjaren '30 nog steeds voelbaar.

Het "Mosplein" bevindt zich in Amsterdam-Noord en was (en is) een bekende locatie voor een markt. De term "ondersteuning" verwijst naar het toenmalige stelsel van armenzorg en werkloosheidssteun. In die tijd waren de regels voor marktkooplieden streng; wie zijn plek niet bezette, kon zijn vergunning kwijtraken. Dit verklaart waarom de heer Schniedewind officieel om uitstel van zijn "verplichting" moest vragen. De harde afwijzing van de vrijstelling van marktgeld illustreert de rigide houding van de overheid ten opzichte van steuntrekkers in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Deze brief is een officiële reactie op een verzoek van de heer Schniedewind uit Hillegom. Hij had blijkbaar gevraagd om tijdelijk niet op de markt op het Mosplein (Amsterdam-Noord) te hoeven staan en om gedurende die tijd geen staangeld (marktgeld) te hoeven betalen.

De directeur gaat gedeeltelijk akkoord: Schniedewind krijgt maximaal drie weken verlof van zijn bezettingsplicht. Echter, het verzoek om vrijstelling van betaling wordt resoluut afgewezen. De argumentatie hiervoor is strikt bureaucratisch: omdat de heer Schniedewind slechts "gedeeltelijke ondersteuning" (sociale steun) ontvangt en hij daarnaast neveninkomsten mag genereren, wordt hij geacht de financiële lasten van zijn marktkraam te kunnen blijven dragen, ook als hij er niet staat. De brief benadrukt dat hij moet zorgen dat de wekelijkse betalingen doorgaan tijdens zijn afwezigheid.

De handgeschreven notitie "Verzonden 7/2-'40" duidt op de administratieve verwerkingstijd van één dag na de datering van de brief.

Historische Context

Het document dateert van februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, verkeerde het land in een staat van mobilisatie en waren de economische gevolgen van de crisisjaren '30 nog steeds voelbaar.

Het "Mosplein" bevindt zich in Amsterdam-Noord en was (en is) een bekende locatie voor een markt. De term "ondersteuning" verwijst naar het toenmalige stelsel van armenzorg en werkloosheidssteun. In die tijd waren de regels voor marktkooplieden streng; wie zijn plek niet bezette, kon zijn vergunning kwijtraken. Dit verklaart waarom de heer Schniedewind officieel om uitstel van zijn "verplichting" moest vragen. De harde afwijzing van de vrijstelling van marktgeld illustreert de rigide houding van de overheid ten opzichte van steuntrekkers in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →