Doorslag van een officiële brief (typewerk).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk). 6 februari 1940. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de verwijzing naar het Mosplein). [Handgeschreven, rechtsboven:] Len. Mr. de Boer.
[Getypt, linksboven:] VP/HG.
[Handgeschreven, midden:] extra
[Getypt, links:] 90/5/7 M.
[Getypt, rechts:] 6 Februari 1940.
[Adresblok, rechts:]
den Heer B.Schniedewind,
Prins Hendrikstraat 18,
H I L L E G O M .
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Januari jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Mosplein te bezetten. Aangezien de U verleende ondersteuning niet als volledige ondersteuning is aan te merken en het U geoorloofd is om inkomsten uit arbeid te trekken kan Uw verzoek om vrijstelling van betaling van marktgeld niet voor inwilliging in aanmerking komen. U moet derhalve zorgdragen, dat het, ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van een marktkoopman, de heer B. Schniedewind uit Hillegom. Hij had blijkbaar gevraagd om tijdelijk afwezig te mogen zijn van zijn marktplaats op het Mosplein in Amsterdam en om in die periode vrijgesteld te worden van het betalen van marktgeld.
De directeur gaat deels akkoord: de koopman krijgt voor maximaal drie weken ontheffing van de bezettingsplicht (de plicht om daadwerkelijk op de markt te staan). Echter, het verzoek om vrijstelling van betaling van het marktgeld wordt resoluut afgewezen. De reden hiervoor is bureaucratisch-financieel: omdat de heer Schniedewind een vorm van 'ondersteuning' (sociale bijstand) ontvangt die niet als 'volledig' wordt beschouwd, wordt hij geacht nog steeds in staat te zijn inkomsten uit arbeid te verwerven. Hierdoor blijft de betalingsverplichting voor de marktplaats van kracht, ook als hij er niet staat. Het document dateert van februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het Mosplein is een bekend plein in Amsterdam-Noord waar van oudsher een markt werd gehouden.
De brief illustreert de strenge regels rondom marktwezen en sociale voorzieningen in die tijd. De term 'ondersteuning' verwijst naar de armenzorg of werkloosheidsuitkeringen uit de vooroorlogse periode, die vaak gepaard gingen met strikte voorwaarden en controle op bijverdiensten. Dat een koopman uit Hillegom een marktplaats in Amsterdam-Noord had, getuigt van de mobiliteit van marktkooplieden in die periode. De handgeschreven kanttekening "extra" en de verwijzing naar "Mr. de Boer" duiden op interne administratieve routering binnen de betreffende gemeentelijke dienst. B. Schniedewind Marktwezen