Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 148
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (memorandum/brief).

7 december 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke afdeling). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (impliciet door de locatie Mosplein).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (memorandum/brief). 7 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (impliciet door de locatie Mosplein). [Rechtsboven handgeschreven:]
ter k. Müller
ter k. de Haan.

[Linksboven getypt:]
VP/HG.
90/4/6 M.

[Midden-rechts getypt en handgeschreven:]
Memorandum 7/12-39. 7 December 1939.

[Links getypt:]
Kantoortje voor markt-
ambtenaar Mosplein.

[Rechts getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat sedert geruimen tijd de noodzaak is gebleken, om voor het marktpersoneel, dat des Zaterdags dienst doet op de weekmarkt Mosplein, te kunnen beschikken over een kantoortje. Daartoe kan dienen het kantoortje van den portier van het sportterrein aan het Mosplein. De Gemeentelijke Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding heeft geen bezwaar, dat mijn dienst het bedoelde kantoortje mede-gebruikt, doch hij vraagt, voor elken Zaterdag, dat gebruik wordt gemaakt, een vergoeding van ƒ 1,50.

In aanmerking nemende, dat de markt tot 10½uur des avonds duurt, zoodat ten behoeve daarvan in de wintermaanden extra verlichting en verwarming van het kantoortje noodig is, lijkt mij dit met ƒ 0,50 per keer, over een heel jaar gerekend, (des zomers is uiteraard noch verwarming noch verlichting noodig), voldoende betaald. Ik geef U mitsdien beleefd in overweging er bij Uw Ambtgenoot voor het Onderwijs op aan te dringen, dat hij goedvindt, dat vorenbedoeld kantoortje door mijn dienst des Zaterdags wordt mede-gebruikt tegen een vergoeding van 52 x ƒ 0,50 = ƒ 26,- per jaar.

De Directeur, Dit document betreft een zakelijk geschil over de interne doorbelasting van kosten tussen verschillende gemeentelijke diensten. De directeur van de marktdienst wil een klein kantoor gebruiken op het sportterrein aan het Mosplein voor zijn personeel tijdens de zaterdagmarkt.

De Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding (verantwoordelijk voor sportterreinen) vraagt een vergoeding van 1,50 gulden per zaterdag. De directeur vindt dit te hoog. Zijn argumentatie is gebaseerd op een gemiddelde over het hele jaar: hoewel er in de winter kosten zijn voor licht en warmte (vooral omdat de markt tot half elf 's avonds duurt), zijn deze kosten er in de zomer niet. Hij stelt daarom een bedrag voor van 0,50 gulden per zaterdag, wat neerkomt op 26 gulden per jaar.

De brief is gericht aan de Wethouder van Levensmiddelen met het verzoek om politieke druk uit te oefenen op zijn ambtgenoot van Onderwijs (onder wie de Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding viel) om akkoord te gaan met dit lagere tarief. Het document dateert van december 1939, een periode waarin Nederland gemobiliseerd was vanwege de Tweede Wereldoorlog, maar nog niet bezet. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk lokaal handelsknooppunt.

De wethouder voor Levensmiddelen in die tijd was waarschijnlijk de sociaaldemocraat Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr. of zijn opvolger. Het document geeft een inkijkje in de minutieuze wijze waarop gemeentelijke budgetten werden beheerd; er wordt letterlijk onderhandeld over dubbeltjes per week. Tevens toont het de lange werktijden van marktpersoneel in die periode (tot 22:30 uur op zaterdag).

Samenvatting

Dit document betreft een zakelijk geschil over de interne doorbelasting van kosten tussen verschillende gemeentelijke diensten. De directeur van de marktdienst wil een klein kantoor gebruiken op het sportterrein aan het Mosplein voor zijn personeel tijdens de zaterdagmarkt.

De Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding (verantwoordelijk voor sportterreinen) vraagt een vergoeding van 1,50 gulden per zaterdag. De directeur vindt dit te hoog. Zijn argumentatie is gebaseerd op een gemiddelde over het hele jaar: hoewel er in de winter kosten zijn voor licht en warmte (vooral omdat de markt tot half elf 's avonds duurt), zijn deze kosten er in de zomer niet. Hij stelt daarom een bedrag voor van 0,50 gulden per zaterdag, wat neerkomt op 26 gulden per jaar.

De brief is gericht aan de Wethouder van Levensmiddelen met het verzoek om politieke druk uit te oefenen op zijn ambtgenoot van Onderwijs (onder wie de Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding viel) om akkoord te gaan met dit lagere tarief.

Historische Context

Het document dateert van december 1939, een periode waarin Nederland gemobiliseerd was vanwege de Tweede Wereldoorlog, maar nog niet bezet. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk lokaal handelsknooppunt.

De wethouder voor Levensmiddelen in die tijd was waarschijnlijk de sociaaldemocraat Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr. of zijn opvolger. Het document geeft een inkijkje in de minutieuze wijze waarop gemeentelijke budgetten werden beheerd; er wordt letterlijk onderhandeld over dubbeltjes per week. Tevens toont het de lange werktijden van marktpersoneel in die periode (tot 22:30 uur op zaterdag).

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →