Inspectierapport van het Marktwezen.
Origineel
Inspectierapport van het Marktwezen. 25 januari 1940 (afgeleid uit "25/1" en de jaarstempel). [Linksboven stempel:] Nọ 90 [Rechtsboven handgeschreven:] 25/1 29
[Rechtsboven stempel:] 1940
[Handgeschreven over stempel:] Rapport
[Daaronder vervaagd:] Marktwezen
8) Plaatshouder nọ 16 E. Polak
laat zich vervangen en bijstaan
door twee zoons.
9) Plaatshouder nọ 4 J. Brandenburg
laat zich vervangen. (onbekende
vervanger)
10) Plaatshouder nọ 30 G.H. Pelgrim
laat zich vervangen door zoon.
[Doorgehaalde regels:]
~~Plaatshouder nọ 60 C. Grooten~~
~~nọ 62 A. R. Wegenaar/Brilleman~~
~~verkoopt [onleesbaar] glasspuitjes en de~~
~~[onleesbaar] (papier)~~
11) Plaatshouder nọ 19 A. Gijs
laat zich assisteren. (onbekende ass.)
12) Plaatshouder nọ 20 Drukker M.
minderjarig meisje achter de stal
te assisteren.
13) Plaatshouder nọ 52 A. Brandur
laat zich assisteren door broer
14) Plaatshouder nọ 100 G. Schaap
laat zich vervangen door zoon.
15) Voorkeurskaarthouder nọ 405
N. Blog minderjarige jongen
achter de stal. — zie II Het document is een handgeschreven lijst van observaties of controles uitgevoerd op een markt (waarschijnlijk in Amsterdam). De focus ligt op de legitimiteit van de personen die de kramen bemensen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
* Vervanging: Wanneer de officiële plaatshouder niet aanwezig is en iemand anders de stal beheert.
* Assistentie: Wanneer iemand de plaatshouder helpt.
* Minderjarigen: Er wordt specifiek melding gemaakt van minderjarigen die achter de stal staan (items 12 en 15), wat destijds aan strikte regels gebonden was.
* Identificatie: In meerdere gevallen (items 9 en 11) merkt de inspecteur op dat de vervanger of assistent onbekend is, wat duidt op een strenger toezicht op de marktvergunningen. Gezien de datum (januari 1940) en de veelvoorkomende Joodse achternamen op de lijst (Polak, Brandenburg, Drukker, Brandur/Brandes, Blog), is dit document van groot historisch belang. Het dateert van net voor de Duitse inval in mei 1940. In deze periode was de controle op de Amsterdamse markten al intensief.
Na de bezetting zouden deze controles door de Dienst van het Marktwezen worden ingezet voor de segregatie en latere uitsluiting van Joodse kooplieden. Dergelijke rapporten vormden de administratieve basis voor de latere 'Joodse markten' en het uiteindelijk intrekken van vergunningen voor Joodse Amsterdammers. De aantekening "zie II" bij de laatste post suggereert dat dit rapport deel uitmaakt van een grotere administratieve reeks.