Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 6 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling, gezien de verwijzing naar het Gemeentebestuur). VP/HG.
97/13/2 M. [handgeschreven: Verzonden 6/5-'40.]
6 Mei 1940.
den Heer Secretaris van den
Eersten Nederlandschen Bond van
Kleinfabrikanten in de Sigaren-
industrie,
Rapenburgerstraat 35,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer bericht ik U, dat op Hemelvaartsdag door geen der sigarenfabrikanten mocht worden gewerkt. In het feit, dat eenige personen gedurende twee weken telkens twee dagen vrijwillig niet werkten, mag ik geen aanleiding vinden aan het Gemeentebestuur voorstellen tot kwijtschelding van contractueel verschuldigde huurpenningen te doen. Uw verzoek om één week vrijstelling kan mitsdien niet voor inwilliging in aanmerking komen.
De Directeur, Deze zakelijke brief betreft een afwijzing van een verzoek tot huurmatiging of kwijtschelding. De bond van kleine sigarenfabrikanten had blijkbaar gevraagd om een week huurvrijstelling voor haar leden. De reden hiervoor was waarschijnlijk gederfde inkomsten door de verplichte rustdag op Hemelvaartsdag en het feit dat sommigen vrijwillig minder werkten.
De directeur van de betreffende instantie wijst dit verzoek resoluut af. Hij voert aan dat het verbod om op Hemelvaartsdag te werken voor iedereen gold en dat het feit dat werknemers of fabrikanten daarnaast "vrijwillig" minder hebben gewerkt, geen geldige reden is om het Gemeentebestuur te vragen af te wijken van de huurcontracten. De toon is formeel en strikt bureaucratisch. De datum van de brief, 6 mei 1940, is historisch zeer saillant. Het is slechts vier dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Terwijl de internationale spanningen hun kookpunt bereikten, hield de Amsterdamse bureaucratie zich nog bezig met het strikt handhaven van huurcontracten voor kleine ondernemers.
De sigarenindustrie was in die tijd een belangrijke sector voor de Nederlandse economie, met veel kleine zelfstandigen en familiebedrijven. De "Eerste Nederlandsche Bond van Kleinfabrikanten in de Sigarenindustrie" behartigde hun belangen. Het adres, Rapenburgerstraat 35, bevond zich in de Amsterdamse Jodenbuurt, een wijk die kort na het versturen van deze brief ingrijpend zou veranderen door de bezetting. De brief toont de dagelijkse economische strijd van kleine ondernemers aan de vooravond van een wereldbrand.