Officiële brief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 25 juni 1940. De Burgemeester van Amsterdam (ondertekend namens de burgemeester). GEMEENTE AMSTERDAM
No. 100/8$^C$ A.Z.1940.
Amsterdam, 25 Juni 1940.
Door verschillende Gemeentediensten en -bedrijven zijn werkzaamheden uitgevoerd voor de Duitsche Weermacht.
De bedoeling is, dat het betreffende onderdeel van het Duitsche leger zelf de kosten der werkzaamheden betaalt. Daartoe dient een rekening in drievoud - welke rekeningen door den Commandant van het onderdeel gewaarmerkt moeten zijn - op het bureau van den Stadsingenieur te worden ingediend.
Aangezien echter de Commandanten der verschillende onderdeelen van het Duitsche leger dikwijls plotseling worden vervangen en de nieuwe Commandant geen verantwoording neemt voor een opdracht van zijn voorganger, is het dringend gewenscht, dat door de Diensten en Bedrijven ten spoedigste wordt zorg gedragen voor het waarmerken van de desbetreffende rekeningen.
Ik verzoek U overeenkomstig het vorenstaande te doen handelen.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening]
Aan Hoofden van Diensten en Bedrijven
A l h i e r .
Handgeschreven aantekeningen (rechtsboven):
A. Heems (?)
mr Th. [...]
Stempel (linksonder):
No EL 98/7/2 M. 1940 26/6 In dit document geeft de burgemeester van Amsterdam instructies aan alle gemeentelijke diensten en bedrijven over de facturatie van werkzaamheden die zij verrichten voor de Duitse bezetter. De kern van de instructie is dat de kosten direct bij het betreffende onderdeel van de Wehrmacht verhaald moeten worden.
De brief legt de nadruk op een praktisch administratief probleem: de snelle roulatie van Duitse commandanten. Omdat opvolgende commandanten vaak weigeren rekeningen te betalen voor opdrachten die door hun voorgangers zijn gegeven, worden de Amsterdamse ambtenaren gemaand om rekeningen onmiddellijk in drievoud te laten "waarmerken" (stempelen/ondertekenen voor akkoord) door de op dat moment aanwezige commandant. De rekeningen moeten vervolgens worden ingediend bij de Stadsingenieur. Deze brief is gedateerd op 25 juni 1940, slechts zes weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het document bevindt zich in de vroege fase van de Duitse bezetting, waarin de Nederlandse overheid en de gemeentebesturen probeerden de normale administratieve gang van zaken zo goed mogelijk voort te zetten.
Willem de Vlugt was op dat moment nog burgemeester van Amsterdam (hij zou in 1941 door de bezetter worden ontslagen). Het document illustreert de pragmatische, bijna zakelijke houding die het gemeentebestuur in het begin aannam: de Duitsers werden in deze context behandeld als een 'klant' die voor diensten moest betalen. Het toont de bureaucratische realiteit waarin de stad enerzijds gedwongen werd faciliteiten aan de bezetter te verlenen, maar anderzijds probeerde te voorkomen dat de stadskas hiervoor zou opdraaien. De noodzaak voor deze brief suggereert dat er al in de eerste weken van de bezetting problemen waren ontstaan met onbetaalde rekeningen door de chaos of onwil bij de Duitse legeronderdelen. A. Heems Gemeente Amsterdam Wehrmacht