Dienstbrief (correspondentie tussen gemeentelijke diensten).
Origineel
Dienstbrief (correspondentie tussen gemeentelijke diensten). 30 juli 1940. Bureau Stadsingenieur, Dienst der Publieke Werken, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Links boven, briefhoofd:]
DIENST DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
RAADHUIS, KAMER 198.
Bureau Stadsingenieur.
[Rechts boven:]
S.I. 1045/105 E
AMSTERDAM, 30 Juli 193 40.
[De '3' in het jaartal is overtypt met '40']
[Midden links, paars stempel met handgeschreven toevoegingen:]
№ 90/7/5 M. 1940 1/8
[Handgeschreven aantekening in de marge, schuin geplaatst:]
zie dit weg
Th. Sixema [?]
[Midden rechts, adressering:]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
Jan van Galenstraat 14.
A m s t e r d a m W.
[Onderstreept]
[Inhoud brief:]
In antwoord op Uw schrijven van 15 Juli jl. deel ik U mede, dat in de dezer dagen verschenen verordeningen nos.49 en 50, Stuk 11, van de Duitsche Overheid geen bepalingen zijn opgenomen betreffende vorderingen als door U bedoeld.
Een nadere regeling hieromtrent zal derhalve moeten worden afgewacht, alvorens ik U terzake mededeelingen kan doen.
Vn.
[Rechts onder, ondertekening:]
De Stadsingenieur,
[Handtekening, vermoedelijk W. Keemake of vergelijkbaar]
--- * Onderwerp: De brief betreft een vraag van de Directeur van het Marktwezen over specifieke "vorderingen" (opeisingen). De Stadsingenieur laat weten dat de nieuwste verordeningen van de Duitse bezetter hierover nog geen duidelijkheid verschaffen.
* Bureaucratische taal: De brief is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("deel ik U mede", "jl." voor jongstleden, "terzake").
* Handgeschreven elementen: De aantekening "zie dit weg" suggereert dat de brief of de specifieke kwestie op een later moment (wellicht na ontvangst of bij archivering) als afgehandeld of niet meer relevant werd beschouwd. De handtekening van de stadsingenieur is zeer gestileerd.
* Tijdsgeest: Het document dateert van slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Het laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie direct te maken kreeg met de "Duitsche Overheid" en de nieuwe stroom aan verordeningen die het openbare leven gingen beheersen.
--- Deze brief vormt een schakel in de ambtelijke communicatie in Amsterdam aan het begin van de Duitse bezetting. Het "Marktwezen" hield toezicht op de markten in de stad, waaronder de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (het adres in de brief).
De term "vorderingen" is hier cruciaal. Al vroeg in de bezetting begon de Duitse weermacht met het vorderen van gebouwen, voorraden, voertuigen en materieel voor eigen gebruik. De directeur van het Marktwezen probeerde blijkbaar via de Stadsingenieur te achterhalen wat de juridische status was van bepaalde vorderingen op basis van de nieuwste Duitse verordeningen (nos. 49 en 50). De onzekerheid ("Een nadere regeling... zal derhalve moeten worden afgewacht") typeert de verwarrende beginperiode van de bezetting, waarin de Nederlandse ambtenarij haar weg moest vinden binnen de nieuwe machtsverhoudingen.