Archief 745
Inventaris 745-341
Pagina 93
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel afschrift van een circulaire (dienstbrief).

19 juni 1940.

Origineel

Officieel afschrift van een circulaire (dienstbrief). 19 juni 1940. No.594 L.M.1940 Nº 98/9/1 M.1940 5/7 Afschrift.
Martbr [handgeschreven]

PROVINCIAAL BESTUUR VAN NOORDHOLLAND.

1ste Afdeeling. HAARLEM, 19 Juni 1940.
No.80/11120.
ONDERWERP:
V o r d e r i n g e n .

Gezien [stempel]
[Paraaf]

Bij brief van 15 Juni 1940, no.12557 Afdeeling B.B. heeft de Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche Zaken mij het volgende medegedeeld.

"In eenige gemeenten is het voorgekomen, dat vorderingen door daartoe niet bevoegde personen zijn gedaan. Teneinde herhaling van dergelijke voorvallen te voorkomen is het noodzakelijk, dat in het vervolg geen gevolg wordt gegeven aan vorderingen, tenzij deze uitgaan van de bevoegde Duitsche autoriteiten. Aangezien uitsluitend de Kommandantur tot vorderen bevoegd is, dienen de vorderingen, wil daaraan gevolg worden gegeven, door of vanwege den betrokken Kommandant te zijn geviseerd".

Ten verzoeke van genoemden Secretaris-Generaal, heb ik de eer het vorenstaande, dat uiteraard alleen betrekking heeft op vorderingen, welke geschieden van Duitsche zijde, voor zooveel noodig, te Uwer kennis te brengen.
SL

De Commissaris der Koningin,
in de provincie Noordholland,
(get.) A. Röell.

A A N
Heeren Burgemeesters der gemeenten Voor eensluidend afschrift,
in N o o r d h o l l a n d . de Secretaris van Amsterdam,

[Handtekening: Van Rien] Dit document is een officiële mededeling van de Commissaris der Koningin van Noord-Holland (Baron A. Röell) aan alle burgemeesters in zijn provincie. De kern van de boodschap is een waarschuwing tegen onrechtmatige vorderingen.

  • Kernboodschap: Er zijn blijkbaar incidenten geweest waarbij goederen of diensten werden opgeëist door personen die daar niet toe bevoegd waren (mogelijk individuele Duitse soldaten of burgers die zich als autoriteit voordeden).
  • Regelgeving: Er wordt expliciet gesteld dat alleen de Kommandantur (het plaatselijke Duitse militaire bestuur) bevoegd is om vorderingen te doen. Elk vorderingsbewijs moet door een commandant zijn 'geviseerd' (gecontroleerd en afgetekend).
  • Administratieve hiërarchie: Het document toont de keten van de vroege bezettingsadministratie: de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken stuurt instructies naar de Commissaris der Koningin, die deze weer doorgeleidt naar de Burgemeesters. Het document dateert van 19 juni 1940, ruim een maand na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Dit is de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland.

In deze periode heerste er veel onduidelijkheid over de bevoegdheden van de bezetter versus het Nederlandse ambtenarenapparaat. De ministers waren naar Londen gevlucht, waardoor de Secretarissen-Generaal de hoogste Nederlandse autoriteiten waren geworden onder toezicht van de Duitsers.

Vorderingen (het opeisen van gebouwen, voertuigen, voedsel of paarden voor het Duitse leger) waren een grote bron van onrust en economische schade. Door deze strikte procedure in te voeren, probeerde de Nederlandse administratie de willekeur en diefstal door individuele Duitse militairen in te dammen en de vorderingen binnen een (door de bezetter gedicteerd) bureaucratisch kader te dwingen. Het feit dat dit afschrift door de Secretaris van Amsterdam is ondertekend, duidt erop dat dit exemplaar was bedoeld voor het archief van de gemeente Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een officiële mededeling van de Commissaris der Koningin van Noord-Holland (Baron A. Röell) aan alle burgemeesters in zijn provincie. De kern van de boodschap is een waarschuwing tegen onrechtmatige vorderingen.

  • Kernboodschap: Er zijn blijkbaar incidenten geweest waarbij goederen of diensten werden opgeëist door personen die daar niet toe bevoegd waren (mogelijk individuele Duitse soldaten of burgers die zich als autoriteit voordeden).
  • Regelgeving: Er wordt expliciet gesteld dat alleen de Kommandantur (het plaatselijke Duitse militaire bestuur) bevoegd is om vorderingen te doen. Elk vorderingsbewijs moet door een commandant zijn 'geviseerd' (gecontroleerd en afgetekend).
  • Administratieve hiërarchie: Het document toont de keten van de vroege bezettingsadministratie: de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken stuurt instructies naar de Commissaris der Koningin, die deze weer doorgeleidt naar de Burgemeesters.

Historische Context

Het document dateert van 19 juni 1940, ruim een maand na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Dit is de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland.

In deze periode heerste er veel onduidelijkheid over de bevoegdheden van de bezetter versus het Nederlandse ambtenarenapparaat. De ministers waren naar Londen gevlucht, waardoor de Secretarissen-Generaal de hoogste Nederlandse autoriteiten waren geworden onder toezicht van de Duitsers.

Vorderingen (het opeisen van gebouwen, voertuigen, voedsel of paarden voor het Duitse leger) waren een grote bron van onrust en economische schade. Door deze strikte procedure in te voeren, probeerde de Nederlandse administratie de willekeur en diefstal door individuele Duitse militairen in te dammen en de vorderingen binnen een (door de bezetter gedicteerd) bureaucratisch kader te dwingen. Het feit dat dit afschrift door de Secretaris van Amsterdam is ondertekend, duidt erop dat dit exemplaar was bedoeld voor het archief van de gemeente Amsterdam.

Locaties

Haarlem / Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 26

Afschrijving 10% per halfjaar
Afschrijving 10% per kwartaal
Afschrijving 10% per kwartaal
Afschrijving 20% per halfjaar
Afschrijving 20% per halfjaar
Afschrijving 5% per kwartaal
Afschrijving Materiaal en Meubilair
Afschrijving Oprichtingskosten
Algemeene Kosten " 120.28
Defensie (Genie)
Loonen en Salarissen Fl. 846.72
Univ. Bibliotheek
Van 1-4-1940 tot en met 30-6-1940
Van 22-12-1939 tot en met 31-3-1940
Voorraad 250 L. à Fl. 0.07¾
Voorraad 650 l. à Fl. 0.50
Voorraad 815 L. à Fl. 0.50
Voorraad 90 l. à Fl. 0.07¾

Gerelateerde Documenten 6