Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 23 maart 1940. De Bibliotheek-Commissie van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (getekend door A. de Bussy). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.98/5/1 M.1940 29/3 AFSCHRIFT.
No.321 L.M.1940.
VEREENIGDE DOOPSGEZINDE GEMEENTE
AMSTERDAM. Amsterdam, 23 Maart 1940.
Namens de Bibliotheek-Commissie der Ver.Doopsgezinde
Gemeente alhier veroorloof ik mij Uw Edel Achtb.medewerking in te roepen
tot het verkrijgen van een redelijke beveiliging van haar verzameling
mennonitica en archieven. Wij dureven dit vragen, omdat de hooge waarde
van deze verzamelingen, bij vaklieden in binnen- en buitenland bekend,
ook van overheidswege erkenning heeft gevonden door het aanbod van een
schuilplaats buiten de stad en van hulp door jeugdorganisatiën bij de
evacutatie.
Ondanks haar waardeering van dit aanbod geeft toch onze
Commissie - aanziende het veelvuldig gebruik, dat van deze verzamelingen
wordt gemaakt - de voorkeur aan een opberging, die de raadpleging niet
te eenenmale uitsluit. In dien gedachtengang is ons verlangen uitgegaan
naar de Centrale Markthallen, waar ook de stad een gedeelte van haar
kostbare collectiën archieven, boeken, instrumenten enz. onderbrengt en
waar wellicht ook een lokaal voor ons beschikbaar zou kunnen worden ge-
steld.
Daartoe dan strekt dit ons verzoek. Wij doen het met
vertrouwen, omdat het hier verzamelingen geldt, welker behoud voor de
wetenschap en voor Amsterdam als cultureel centrum een zaak van groot
belang is. Met een beroep daarop wagen wij het ook Uw College te vragen
aan een ev.toezegging een verlaging, mocht het zijn kwijtschelding, van
den normalen huurprijs te verbinden.
Voor een goedgunstige beschikking zal U Edel Achtb.
oprechten dank weten.
De Bibliotheek-Commissie voornoemd
en uit haren naamd
w.g.A.de Bussy.
Oranje Nassaulaan 23.
Aan Heeren Burgemeester en
Wethouders van Amsterdam. In deze brief, geschreven minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland, verzoekt de Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam om hulp bij het veiligstellen van hun waardevolle erfgoed. De kern van het verzoek is:
- Veiligheid vs. Toegankelijkheid: Hoewel er al een aanbod lag voor opslag buiten de stad (gefaciliteerd door de overheid en jeugdorganisaties), kiest de commissie liever voor een locatie binnen de stad. De reden is dat zij de verzameling raadpleegbaar willen houden voor onderzoekers.
- Locatiekeuze: De Centrale Markthallen worden specifiek genoemd omdat de gemeente Amsterdam daar zelf ook al kostbare collecties heeft ondergebracht. Dit suggereert dat deze gebouwen als modern en relatief bomvrij werden beschouwd.
- Financieel verzoek: Men vraagt niet alleen om ruimte, maar ook om een gereduceerd tarief of volledige kwijtschelding van de huur, wijzend op het algemeen wetenschappelijk en cultureel belang van de collectie voor de stad.
- Terminologie: Let op historische spellingen en typfouten in het origineel, zoals "dureven" (durven), "evacutatie" (evacuatie) en "naamd" (naam). De brief illustreert de koortsachtige voorbereidingen die culturele instellingen troffen in het voorjaar van 1940. De dreiging van bombardementen en oorlogsgeweld dwong tot het zoeken van "schuilplaatsen" voor archieven en kunst.
De collectie "mennonitica" betreft boeken en documenten over de doperse beweging (anabaptisme), waarvan Amsterdam eeuwenlang een wereldwijd centrum was. De bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam genoot (en geniet) internationale faam onder historici.
De keuze voor de Centrale Markthallen (voltooid in 1934) is typerend voor die tijd; de enorme betonnen constructies boden een veiligheid die in de historische grachtenpanden ontbrak. Uiteindelijk zou tijdens de bezettingsjaren veel Amsterdams erfgoed inderdaad op dergelijke locaties of in speciaal gebouwde bunkers in de duinen worden ondergebracht.