Officieel besluit/vergunning van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel besluit/vergunning van de gemeente Amsterdam. 28 mei 1940. № 369 L.M. 1940 3/6 [rechtsboven:] Marktw.
Gezien [met handgeschreven paraaf]
No. 2187 H.W. 1939. / 9/37 V.H. 1940.
№ 99/3/3 M. 1940 7/2
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van de Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie N.V., waarbij vergunning wordt verzocht tot het oprichten van twee benzinebewaarplaatsen in het terrein, kadastraal bekend als gemeente Sloten, Sectie C, No. 8611 (Centrale Markthallen);
Gelet op het proces-verbaal der zitting, gehouden ingevolge art. 7 der Hinderwet;
Gelet op hun besluit van 19 April 1940, waarbij het nemen van een beslissing op voormeld verzoek is verdaagd;
Gelet op de Hinderwet en de Verordeningen ex art. 4 dier Wet;
Vergunnen adressante en haar rechtverkrijgenden het oprichten van de genoemde inrichtingen in het bovenvermelde terrein, in voege als is omschreven en aangetoond in de aan dit besluit gehechte stukken, zulks onder bepaling, dat de inrichtingen binnen den tijd van twee maanden na de dagteekening van dit besluit moeten zijn voltooid en in gebruik genomen, en onder de volgende voorwaarden:
1. Elke ketel moet een namens Burgemeester en Wethouders aangebracht kenteeken dragen, ten bewijze, dat hij bij een onder ambtelijk toezicht genomen proef, bestand is gebleken tegen een inwendigen overdruk van 7 kg/cm2.
2. Indien Burgemeester en Wethouders dit noodig oordeelen, moeten de ketels opnieuw worden beproefd.
3. Het opnemen van den vloeistofinhoud met behulp van een peilstok moet geschieden door de vulleiding of door een andere buis, welke even diep als deze in de vloeistof reikt.
4. Behoudens tijdens het peilen moet de buis, waarin gepeild wordt, gesloten zijn.
Aan den peilstok mag geen staal of ijzer voorkomen.
5. Het vullen van de ketels moet geschieden door een zoowel aan het aanvoerende vat als aan de vulleiding gekoppelde leiding. Bij het vullen moet het gasmengsel uit den ketel door de dampleiding in het reservoir, waaruit de vloeistof getapt wordt, gevoerd worden.
6. Onmiddellijk, nadat de benzine in de ketels is overgebracht, moeten de vulleiding en de dampleiding met goed sluitende doppen worden gesloten.
7. De installaties moeten in goeden staat van onderhoud verkeeren.
Herinneren belanghebbende, dat volgens het bepaalde in art. 15 der Hinderwet van deze beslissing binnen 14 dagen na de afkondiging daarvan beroep openstaat bij H.M. de Koningin en van het instellen van zoodanig beroep gelijktijdig behoort te worden kennis gegeven aan het Gemeentebestuur van Amsterdam.
FR.
Amsterdam, 28 MEI 1940
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
(get.) DE VLUGT,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[handtekening: Van Lier] Dit document is een formele Hinderwetvergunning verleend aan de Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie N.V. (later bekend als Esso). De vergunning betreft de installatie van twee benzinereservoirs bij de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (voorheen gemeente Sloten).
De tekst bevat strikte veiligheidsvoorschriften (1 t/m 7) die typisch zijn voor de opslag van brandbare vloeistoffen in die tijd. Opvallend zijn:
* De eis van een druktest (7 kg/cm2).
* Het verbod op stalen of ijzeren peilstokken (om vonkvorming te voorkomen).
* De verplichting tot een gesloten vulsysteem met dampleiding (om explosieve mengsels in de buitenlucht te minimaliseren).
De namen onderaan het document zijn historisch significant: Willem de Vlugt was de burgemeester van Amsterdam en Mr. G. van Lier was de gemeentesecretaris. Het document is gedateerd op 28 mei 1940, exact twee weken na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie (14-15 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment bezet was door nazi-Duitsland, bleef de civiele administratie van de gemeente Amsterdam grotendeels functioneren volgens de bestaande wetgeving.
Een opmerkelijk detail is de verwijzing naar het recht van beroep bij "H.M. de Koningin" (Hare Majesteit de Koningin). Hoewel koningin Wilhelmina op dat moment in ballingschap in Londen verbleef, werd in de officiële Nederlandse bureaucratie in de eerste weken van de bezetting nog de standaard juridische formulering gebruikt, alsof de constitutionele situatie ongewijzigd was. Dit illustreert de overgangsfase waarin het ambtelijk apparaat zich bevond direct na de invasie. G. van Lier H.M. de Koningin Gemeente Amsterdam