Getypte brief of ambtelijke nota.
Origineel
Getypte brief of ambtelijke nota. Verwijst naar het tweede kalenderhalfjaar van 1940. Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven wel te
willen bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wet-
houders de door de N.V. Service voor het tweede kalenderhalfjaar
van 1940 verschuldigde monopolierechten zullen worden gesteld
op nihil. Vóóraf ware terzake het advies in te winnen van Uw
Ambtgenoot voor de Financien.
De Directeur, De tekst is een formeel, ambtelijk verzoek van een directeur aan een hogere functionaris. De kern van het verzoek is om de verschuldigde monopolierechten van de firma "N.V. Service" voor de tweede helft van het jaar 1940 volledig kwijt te schelden ("op nihil stellen").
De schrijver volgt de strikte ambtelijke hiërarchie door voor te stellen dat dit besluit door het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) genomen moet worden. Tevens wordt geadviseerd om eerst de wethouder van Financiën ("Uw Ambtgenoot voor de Financien") te raadplegen, gezien de financiële impact van dit besluit voor de gemeente of de overheid. Het taalgebruik is uiterst beleefd en afstandelijk, typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die tijd. Het jaar 1940 is historisch cruciaal voor Nederland vanwege de Duitse inval in mei van dat jaar. De periode waarover de rechten moeten worden kwijtgescholden (het tweede kalenderhalfjaar) valt direct na de capitulatie en het begin van de bezetting.
Het is aannemelijk dat de N.V. Service door de oorlogsomstandigheden, de bezetting of veranderde economische prioriteiten haar monopoliepositie niet volledig kon uitbuiten of in financiële problemen was gekomen. Dergelijke verzoeken tot kwijtschelding waren in de vroege oorlogsjaren niet ongebruikelijk, aangezien veel commerciële en infrastructurele activiteiten ontregeld waren door de overgang naar een oorlogseconomie en het nieuwe gezag. De specifieke aard van "N.V. Service" is zonder verdere documentatie onbekend, maar de term "monopolierechten" duidt vaak op nutsbedrijven of bedrijven met exclusieve concessies voor publieke diensten.