Officieel memorandum / ambtelijke briefkaart.
Origineel
Officieel memorandum / ambtelijke briefkaart. 11 september 1940. Onbekend, ondertekend met initialen (mogelijk 'JJ'). [Gedrukte tekst linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. ................ 193.........
DOORGEZONDEN: ....................
[Handschrift in inkt linksboven:]
11/9/40 [onleesbaar teken]
[Handschrift in rood potlood:]
w.o. h.
[Hoofdtekst in handschrift:]
Gen: Mat. Bureau,
Naar aanleiding van Uw brief d.d.
10 dezer z no. 21/9 G. m. b. deel ik U mede,
dat bij mijn dienst geen oud koper
en messing aanwezig is.
[Paraaf rechtsonder:]
JJ
[Gedrukte code linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rood stempel/krabbel linksonder:]
867/7 Het document is een korte, zakelijke mededeling waarin de afzender reageert op een schrijven van het Generaal Materieel Bureau van een dag eerder (10 september 1940). De kernboodschap is dat de betreffende dienst niet over voorraden oud koper of messing beschikt. Het gebruik van de term "10 dezer" (van deze maand) en de ambtelijke afkortingen duiden op een gestandaardiseerde militaire of bureaucratische correspondentie. De rode aantekening "w.o. h." is vermoedelijk een administratieve instructie of verwijzing. De datum van dit document, 11 september 1940, valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nazi-bezetter begon vrijwel direct met de inventarisatie en vordering van strategische grondstoffen voor de Duitse oorlogsindustrie (de Rüstungsinspektion). Koper en messing waren essentieel voor de productie van munitie en ander oorlogsmaterieel.
Dit briefje is een reactie op een dergelijke inventarisatie. Het feit dat de afzender meldt dat er "geen" metaal aanwezig is, kan een feitelijke constatering zijn, maar het past ook in een breder patroon van administratieve vertraging of tegenwerking (passief verzet) door Nederlandse instanties om waardevolle grondstoffen uit handen van de bezetter te houden. M. No
Samenvatting
Het document is een korte, zakelijke mededeling waarin de afzender reageert op een schrijven van het Generaal Materieel Bureau van een dag eerder (10 september 1940). De kernboodschap is dat de betreffende dienst niet over voorraden oud koper of messing beschikt. Het gebruik van de term "10 dezer" (van deze maand) en de ambtelijke afkortingen duiden op een gestandaardiseerde militaire of bureaucratische correspondentie. De rode aantekening "w.o. h." is vermoedelijk een administratieve instructie of verwijzing.
Historische Context
De datum van dit document, 11 september 1940, valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nazi-bezetter begon vrijwel direct met de inventarisatie en vordering van strategische grondstoffen voor de Duitse oorlogsindustrie (de Rüstungsinspektion). Koper en messing waren essentieel voor de productie van munitie en ander oorlogsmaterieel.
Dit briefje is een reactie op een dergelijke inventarisatie. Het feit dat de afzender meldt dat er "geen" metaal aanwezig is, kan een feitelijke constatering zijn, maar het past ook in een breder patroon van administratieve vertraging of tegenwerking (passief verzet) door Nederlandse instanties om waardevolle grondstoffen uit handen van de bezetter te houden.