Officiële circulaire/dienstbrief.
Origineel
Officiële circulaire/dienstbrief. 4 december 1940. G.W. Heemskerk (Stadsingenieur en Voorzitter van de Kleine Benzinecommissie). Hoofden van de diverse gemeentelijke Diensten en Bedrijven. N$^o$ 100/10/19 M. 1940 5/12
[Rechtsboven in rood potlood:] Jongland
S.I. 3161/111 B$^I$
D i e n s t
der
PUBLIEKE WERKEN .
Bureau Stadsingenieur.
Raadhuis, Kamer 198.
4 December 1940.
Aan de Heeren Hoofden van
Diensten en Bedrijven.
[Handgeschreven notities in blauwe inkt:]
m. th. Mullen(?)
Th. Zoelman
Om de huidige, steeds verminderende, benzine-
toewijzingen te kunnen vergelijken met het verbruik
in normale tijden, zal ik gaarne van U opgave ont-
vangen van het benzinegebruik, uitsluitend ten behoe-
ve van verkeer te land, van Uw Dienst/Bedrijf in het
tijdvak van 1 Januari 1939 tot en met 31 Augustus
1939, d.w.z. van het totaal over deze acht maanden.
Uw opgave zie ik gaarne uiterlijk Zaterdag
7 dezer van U tegemoet.
vdH.
De Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
[Handgeschreven handtekening:]
GW Heemskerk [met paraaf]
[Rechtsonder in potlood:]
Kerkie(?) De kern van dit document is een administratief verzoek om historische gegevens over brandstofverbruik. De Stadsingenieur vraagt de hoofden van de Amsterdamse gemeentediensten om hun benzineverbruik van de eerste acht maanden van 1939 (de periode vóór de mobilisatie en de oorlog in Nederland) te rapporteren.
Opvallend is de hoge mate van urgentie; de brief is verstuurd op woensdag 4 december en de deadline voor aanlevering is al op zaterdag 7 december ("7 dezer"). Dit suggereert dat de "Kleine Benzinecommissie" onder grote druk stond van de bezettingsautoriteiten om de toewijzingen verder te beperken of te verantwoorden. Er wordt expliciet onderscheid gemaakt naar "verkeer te land", wat betekent dat brandstof voor bijvoorbeeld vaartuigen of stationaire pompen buiten deze specifieke inventarisatie viel. Het document is opgesteld tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). Grondstoffen, en met name vloeibare brandstoffen zoals benzine, waren door de oorlogsvoering uiterst schaars geworden en stonden onder streng toezicht van de Rüstungsinspektion.
De "Kleine Benzinecommissie" was een specifiek Amsterdams orgaan dat de distributie van de schaarse rantsoenen over de verschillende noodzakelijke stadsdiensten (zoals de Publieke Werken, de GVB of de Reinigingsdienst) moest managen. Door het verbruik in "normale tijden" (1939) als referentiekader te gebruiken, probeerde men een objectieve maatstaf te vinden voor de noodzakelijke inkrimping van het wagenpark en de dienstverlening. G.W. Heemskerk, de ondertekenaar, was een sleutelfiguur in het Amsterdamse ambtenarenapparaat die gedurende de gehele bezetting de continuïteit van de technische stadsdiensten trachtte te waarborgen binnen de beperkingen van de bezettingseconomie. G.W. Heemskerk Gemeente Amsterdam Publieke Werken