Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 17 december 1940. De Directeur (van een onbekende gemeentelijke dienst, kenmerk VD/HG). [Handgeschreven: Extra]
VD/HG.
den Heer Stadsingenieur, Voorzitter
Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
100/10/23 M. [ruimte] 17 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 December jl. No. S.I. 3342/111 Bᴵ heb ik de eer U te verwijzen naar het slot van mijn brief d.d. 7 December jl. No. 100/10/21 M., waar ik uiteenzette, dat vanaf de maand Januari 1941 voorloopig geen toewijzing van benzine aan mijn dienst behoeft plaats te vinden.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie reageert een directeur van een gemeentelijke dienst op een eerdere brief van de 'Kleine Benzinecommissie'. De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst vanaf januari 1941 voorlopig geen behoefte meer heeft aan een toewijzing van benzine. De brief verwijst naar eerdere correspondentie van 7 december waarin deze beslissing blijkbaar al was toegelicht.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te verwijzen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie tussen gemeentelijke instanties in die tijd. Dit document is historisch relevant vanwege de datum: december 1940. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting ontstonden direct grote tekorten aan grondstoffen, waaronder brandstof, omdat deze door de bezetter werden geconfisqueerd voor de eigen oorlogsvoering.
Om de schaarse middelen te verdelen, werden er commissies in het leven geroepen, zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". Brandstof ging op de bon en toewijzingen werden strikt gereguleerd. Dat een gemeentelijke dienst aangeeft geen benzine meer nodig te hebben, kan erop wijzen dat de betreffende dienst volledig was overgegaan op alternatief vervoer (zoals paard en wagen of de fiets) of dat de gemotoriseerde werkzaamheden door de schaarste volledig waren gestaakt.
Samenvatting
In deze zakelijke correspondentie reageert een directeur van een gemeentelijke dienst op een eerdere brief van de 'Kleine Benzinecommissie'. De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst vanaf januari 1941 voorlopig geen behoefte meer heeft aan een toewijzing van benzine. De brief verwijst naar eerdere correspondentie van 7 december waarin deze beslissing blijkbaar al was toegelicht.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te verwijzen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie tussen gemeentelijke instanties in die tijd.
Historische Context
Dit document is historisch relevant vanwege de datum: december 1940. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting ontstonden direct grote tekorten aan grondstoffen, waaronder brandstof, omdat deze door de bezetter werden geconfisqueerd voor de eigen oorlogsvoering.
Om de schaarse middelen te verdelen, werden er commissies in het leven geroepen, zoals de hier genoemde "Kleine Benzinecommissie". Brandstof ging op de bon en toewijzingen werden strikt gereguleerd. Dat een gemeentelijke dienst aangeeft geen benzine meer nodig te hebben, kan erop wijzen dat de betreffende dienst volledig was overgegaan op alternatief vervoer (zoals paard en wagen of de fiets) of dat de gemotoriseerde werkzaamheden door de schaarste volledig waren gestaakt.