Archiefdocument
Origineel
17 december 1940 De Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie (namens deze ondertekend, mogelijk v.d. Hoeven). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W). DIENST DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
RAADHUIS, KAMER 198.
Bureau Stadsingenieur.
S.I. 34449/111 D$^{II}$
AMSTERDAM, 17 December 1940. ~~193...~~
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m (W).
In aansluiting aan de circulaire van den Burgemeester, dd. 22 October 1940, No.711,V.H.1940, betreffende het beschikbaarstellen van oud hout of houtafval voor houtgasgeneratoren, deel ik U mede, dat U van heden af weder vrij over de door U opgegeven hoeveelheid oud hout of houtafval kunt beschikken.
Met den Directeur der Gemeente-Waterleidingen is inmiddels een regeling getroffen, volgens welke een betrekkelijk groote partij, bij het Waterleidingbedrijf beschikbaar komend hout tot voor gasgeneratoren geschikte blokjes kan worden verwerkt.
vdH.
De Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
[Handtekening] Dit document is een officiële brief van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is dat de beperkingen op het gebruik van eigen oud hout of houtafval door de dienst Marktwezen zijn opgeheven. De directeur mag weer beschikken over zijn eigen voorraad houtafval om dit in te zetten voor houtgasgeneratoren.
Verder wordt gemeld dat er een samenwerking is gestart met de Gemeente-Waterleidingen om een grote partij hout te verwerken tot blokjes die specifiek geschikt zijn voor deze generatoren. Dit wijst op een gecentraliseerde inspanning van de gemeente om alternatieve brandstofvoorzieningen te organiseren.
De brief is ondertekend namens de Stadsingenieur in zijn hoedanigheid als voorzitter van de "Kleine Benzinecommissie". De initialen 'vdH' duiden waarschijnlijk op de opsteller of de ondertekenaar (mogelijk J. van de Hoeven, die indertijd bij Publieke Werken werkzaam was). De brief dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de inval ontstonden er grote tekorten aan fossiele brandstoffen zoals benzine, omdat deze door de bezetter werden gevorderd voor de oorlogsvoering.
Om essentiële gemeentelijke diensten en transport draaiende te houden, werd massaal overgeschakeld op houtgasgeneratoren. Dit waren installaties die op voertuigen werden gemonteerd en waarin hout door middel van onvolledige verbranding werd omgezet in een brandbaar gas waarop de motor kon draaien.
De "Kleine Benzinecommissie" was een ambtelijk orgaan binnen de gemeente Amsterdam dat belast was met de distributie van de schaarse brandstoffen en de coördinatie van alternatieven. De noodzaak om "oud hout of houtafval" nauwgezet te beheren en te verwerken tot gestandaardiseerde blokjes illustreert de nijpende schaarste en de bureaucratische controle die nodig was om de stad tijdens de oorlogsjaren functionerend te houden. De Jan van Galenstraat 14 was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen, een cruciaal punt voor de voedselvoorziening van de stad, waarvoor transport essentieel was.