Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 11 oktober 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, "Wijk 3"). [Handgeschreven, rechtsboven:] Verzonden 11/10 [Paraaf: G. Jonkman(?)]
[Rechtsboven:] VB/HG.
[Adresblok, rechtsboven:]
het Hoofd van het
Gemeentelijk Materialenbureau,
O.Z.Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
[Linksboven:] 100/11/2 M.
[Rechtsmidden:]
Wijk 3.
11 October 1940.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 dezer No.5/50 G.M.B. deel ik U mede, dat de op 10 dezer bij mijn dienst aanwezige (niet-geblokkeerde) hoeveelheid benzine bedraagt ± 25 liter, in ijzeren fust, niet verzegeld.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Kern van de brief: De brief is een formele rapportage over de voorraad brandstof. De afzender meldt dat er nog een kleine hoeveelheid "niet-geblokkeerde" benzine aanwezig is: circa 25 liter, bewaard in een onverzegeld ijzeren vat (fust).
* Terminologie:
* d.d. 9 dezer: "de dato dezer", oftewel gedateerd op de 9e van deze maand (oktober 1940).
* G.M.B.: Afkorting voor het Gemeentelijk Materialenbureau.
* Niet-geblokkeerd: Dit duidt erop dat bepaalde voorraden door de autoriteiten reeds "bevroren" of gevorderd waren; de 25 liter in kwestie viel daar blijkbaar (nog) buiten.
* Administratieve context: De brief is een antwoord op een eerdere instructie (brief No. 5/50) van het Materialenbureau. Dit wijst op een strakke centrale registratie van schaarse middelen. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). Al direct na het begin van de bezetting werden schaarse goederen zoals brandstof, grondstoffen en voedsel onder strikt toezicht geplaatst.
Het Gemeentelijk Materialenbureau in Amsterdam speelde een cruciale rol in de distributie en inventarisatie van materialen die nodig waren voor de stadshuishouding. Dat er zelfs over een relatief kleine hoeveelheid van 25 liter benzine schriftelijk gerapporteerd moest worden, illustreert de toenemende schaarste en de bureaucratische controle door de bezetter en het collaborerende of meewerkende ambtenarenapparaat. De locatie O.Z. Achterburgwal 213 (het voormalige 'Huis met de Bloedvlekken') was in die tijd een bekend adres voor diverse gemeentelijke diensten. G. Jonkman O.Z. Achterburgwal