Officiële mededeling (stencil)
Origineel
Officiële mededeling (stencil) 3 september 1940 Gemeentelijk Materialenbureau.
Amsterdam, 3 September 1940.
Oudezijds Achterburgwal 213
Telefoon 43130, toestellen 483, 568 en 569.
No 100/3/2 M. 1940 [Stempel]
4/9 [Handgeschreven]
MEDEDEELING No. 2.
Inzameling en handel in oude materialen en afvalstoffen.
De secretaris-generaal, waarnemend hoofd van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart deelt mede, dat de medewerking van hen, die betrokken zijn bij de inzameling en den handel in oude materialen en afvalstoffen aan de enquête, welke is ingesteld door het Centraal Bureau voor de statistiek over het algemeen zeer onbevredigend is geweest.
Vele formulieren, welke door genoemd bureau rechtstreeks aan inzamelaars en handelaren werden toegezonden, bleken na indiening zeer onvolledig en onjuist te zijn ingevuld, waarna de formulieren weder aan de betrokkenen werden teruggezonden. Ook voor de tweede maal werden door velen nog niet alle vragen beantwoord, terwijl anderen het formulier nog steeds niet opnieuw bij het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben ingediend. Ook een groot aantal van hen, die niet rechtstreeks een formulier toegezonden kregen en die zich moesten wenden tot het gemeentebestuur ter plaatse van hun inwoning ter invulling van de aldaar verkrijgbaar gestelde formulieren, heeft aan deze taak nog steeds niet voldaan.
In verband hiermede is in de Nederlandsche Staatscourant van heden een beschikking afgekondigd, waarin aan bovenbedoelde inzamelaars en handelaren (zoowel klein- en tusschen- als groothandelaren) de verplichting wordt opgelegd de betreffende formulieren naar waarheid, volledig en zonder voorbehoud ingevuld, gedagteekend en onderteekend voor of op uiterlijk 31 Augustus 1940 in te dienen, resp. bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, indien het formulier rechtstreeks van dit bureau werd ontvangen en bij het gemeentebestuur, indien het formulier aldaar verkrijgbaar werd gesteld.
De aandacht wordt er op gevestigd, dat niet voldoen aan bovenbedoelde verplichting kan worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden.
Papier.
Ook voor dit artikel beginnen moeilijkheden te komen. Vooral is dit het geval voor papieren, waarbij hars gebruikt wordt, dus schrijfpapier, stencilpapier, papier voor verduisteringsdoeleinden, enz.
Rijksbureau voor Rubber.
Kunstrubber. In circulaire no. 260 d.d. 5 Augustus 1940 van het Rijksbureau voor Rubber te Amsterdam wordt de aandacht van alle rubberverwerkende ondernemingen er op gevestigd, dat het, in verband met de rubbersituatie hier te lande, van groot belang is tijdig proeven te nemen met de verwerking van kunstrubber. Dit vraagstuk is van Duitsche zijde geëntameerd en de mogelijkheid ter verkrijging van een hoeveelheid kunstrubber tot het nemen van proeven is via het Rijksbureau opengesteld. De verwachting wordt uitgesproken, dat over eenige maanden levering van groote hoeveelheden kunstrubber mogelijk zal zijn en het uiteraard van het grootste belang is, dat belanghebbenden dan hun proeven beëindigd hebben en den kunstrubber kunnen verwerken. Voorloopig wordt voor het gebruik van kunstrubber gedacht aan hakken, kleine vormartikelen en pakkingen, waarbij de ruwe rubber in het mengsel geheel wordt vervangen door Buna en aan zolen, waarbij 50% ruwe rubber wordt vervangen door Buna S. Naast Buna S. komt Buna S.S. in aanmerking. Aangeraden wordt de proefhoeveelheden te houden in verhouding 2 : 1.
Het Rijksbureau voor rubber heeft, na overleg met de fabrikanten, een wijziging in de samenstelling der eenheidsbanden voor rijwielen voorgeschreven. Het rubbergehalte zal dientengevolge een fractie dalen.
Ten einde zooveel mogelijk rubber vrij te maken voor de fabricage van artikelen, die niet van andere grondstoffen vervaardigd kunnen worden - auto- en rijwielbanden, sluitingen voor flesschen e.d. - is onlangs een verbod uitgevaardigd voor den aanmaak van verschillende soorten verbruiksartikelen. Hieronder vallen vloeren, matten, * Toon en taalgebruik: Het document hanteert een dwingende, ambtelijke toon. Opvallend is de expliciete dreiging met zware sancties (4 jaar gevangenisstraf of 10.000 gulden boete), wat wijst op de toenemende druk van de bezettingsmacht op de Nederlandse economie.
* Grondstoffenschaarste: De tekst illustreert de directe gevolgen van de oorlog op de beschikbaarheid van alledaagse materialen zoals papier en rubber. Het vermelden van "hars" als kritieke factor voor papierproductie en het "verduisteringspapier" zijn typerend voor de tijdsgeest.
* Duitse invloed: De introductie van "Buna" (synthetisch rubber) wordt expliciet benoemd als een initiatief dat van "Duitsche zijde geëntameerd" (gestart) is. Dit toont aan hoe de Nederlandse industrie al vroeg in de bezetting werd klaargestoomd voor de integratie in de Duitse oorlogseconomie.
* Administratieve controle: De nadruk op enquêtes en correcte formulieren laat zien dat de overheid (onder Duits toezicht) grip probeerde te krijgen op alle beschikbare voorraden "oude materialen en afvalstoffen" (recycling avant la lettre voor oorlogsdoeleinden). Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). Hoewel het dagelijks leven voor velen nog enigszins normaal leek, werd de economie razendsnel omgeschakeld naar een distributiestelsel.
De Rijksbureaus, zoals het hier genoemde Rijksbureau voor Rubber, werden opgericht om de schaarse grondstoffen te beheren en te verdelen. Natuurrubber was moeilijk aan te voeren vanwege de Britse blokkade ter zee, waardoor de overstap op Duits synthetisch rubber (Buna) noodzakelijk werd voor de industrie. De "Mededeeling" fungeert hier als schakel tussen de centrale overheid in Den Haag, de Rijksbureaus en de lokale ondernemers/burgers in Amsterdam. De datum van de deadline (31 augustus) is al verstreken op het moment van verzending (3 september), wat de repressieve en dwingende aard van de maatregel versterkt. S. Naast Rijksbureau