Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 1 november 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst in Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:]
Verzonden 1/11 [onleesbare paraaf]
[Handgeschreven/stempel rechtsboven:]
J/HG.
[Adresgroep:]
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
[Referentie en datum:]
100/6/15 M. 1 November 1940.
[Inhoud:]
In antwoord op Uw brief d.d. 28 October jl. No. 5/18
G.M.B. deel ik U mede, dat de voorraad petroleum bij mijn dienst
op 31 October 1940 bedraagt 165 liter.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke mededeling tussen twee gemeentelijke instanties in Amsterdam. De kern van de boodschap is de opgave van de actuele voorraad petroleum (165 liter) per 31 oktober 1940. Het document getuigt van een strikte administratieve controle op brandstoffen. De handgeschreven notitie "Verzonden 1/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. De adressering aan de Oudezijds Achterburgwal 213 plaatst de correspondentie in het hart van het toenmalige Amsterdamse ambtenarenapparaat. Dit document is gedateerd op 1 november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen merkbaar te worden, wat leidde tot een systeem van distributie en strenge inventarisatie door de overheid. Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) fungeerde hierbij als een centraal punt voor het beheer van schaarse goederen binnen de gemeente. Het feit dat een relatief kleine hoeveelheid van 165 liter petroleum formeel gerapporteerd moet worden, onderstreept hoe nauwlettend de voorraden in oorlogstijd werden gemonitord. Petroleum was in die tijd essentieel voor zowel verlichting als verwarming en kleinschalig industrieel gebruik. O.Z. Achterburgwal
Samenvatting
De brief is een korte, zakelijke mededeling tussen twee gemeentelijke instanties in Amsterdam. De kern van de boodschap is de opgave van de actuele voorraad petroleum (165 liter) per 31 oktober 1940. Het document getuigt van een strikte administratieve controle op brandstoffen. De handgeschreven notitie "Verzonden 1/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. De adressering aan de Oudezijds Achterburgwal 213 plaatst de correspondentie in het hart van het toenmalige Amsterdamse ambtenarenapparaat.
Historische Context
Dit document is gedateerd op 1 november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen merkbaar te worden, wat leidde tot een systeem van distributie en strenge inventarisatie door de overheid. Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) fungeerde hierbij als een centraal punt voor het beheer van schaarse goederen binnen de gemeente. Het feit dat een relatief kleine hoeveelheid van 165 liter petroleum formeel gerapporteerd moet worden, onderstreept hoe nauwlettend de voorraden in oorlogstijd werden gemonitord. Petroleum was in die tijd essentieel voor zowel verlichting als verwarming en kleinschalig industrieel gebruik.